|
|
De Irak-oorlog is illegaal volgens het Internationaal Recht
In de aanloop naar de invasie van Irak in 2003 werden verschillende redenen gegeven om een inval te rechtvaardigen.
Echter:
A) Er waren geen massavernietigingswapens, zij het nucleaire, chemische of biologische, dit in tegenstelling tot de loze beweringen van de VS Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in de VN Veiligheidsraad in februari 2003[1], beweringen die hij trouwens achteraf zelf "the lowest point in my life” noemde[2].
B) Er was evenmin een link met Al-Qaeda terroristen.
C) Ten slotte werd gezegd dat de oorlog “democratie” in Irak zou brengen, een voorbeeld voor het ganse Midden-Oosten. De "dictator" Saddam moest worden verwijderd. Deze rechtvaardiging wordt nu nog steeds door Tony Blair gegeven in het Chilcot onderzoek als de belangrijkste reden om Irak binnen te vallen[3].
Er was m.a.w. geen “smoking gun”. Dit was een illegale aanvalsoorlog, er was geen goedkeuring van de Veiligheidsraad. De invasie kon niet worden gerechtvaardigd door hoofdstuk zeven van het Charter van de VN en gekwalificeerd als zelfverdediging, omdat Irak de Verenigde Staten niet aangevallen had en Irak ook geen acuut gevaar vormde. Er was dus geen rechtvaardiging voor deze zgn “preventieve oorlog”. Vooraanstaande Internationale personaliteiten, gezagsdragers en juristen hebben dit zeer duidelijk verwoord. O.a. Kofi Annan[4] - voormalig VN secretaris-Generaal - en Hans Blix[5] - hoofd van de wapeninspectiecommissie van de VN - hebben openlijk verklaard dat de Iraakse invasie illegaal was volgens het internationaal recht. Meer recent concludeerde het rapport van de Nederlandse Commissie Davids[6], dat “er geen adequaat volkenrechtelijk mandaat was voor de inval in Irak”.
Ex-chef van
het IAEA (Internationaal Atoomagentschap) Mohamed ElBaradei: “Zeker, er
zijn dictators, maar bent u bereid om een miljoen onschuldige burgers op te
offeren telkens U zich wil ontdoen van een dictator? Alle indicaties in het
Chilcot onderzoek wijzen er op dat
Irak niet echt ging over massavernietigingswapens, maar over de verandering
van het regime, en ik blijf dezelfde vraag stellen - waar vind je het
concept “regime change” terug in het internationale recht? En als de inval
van Irak een schending van het internationaal recht is, wie draagt dan de
verantwoordelijkheid?"
El-Baradei vervolgt: “De politiek van het Westen ten aanzien van dit deel
van de wereld is een volledige mislukking in mijn ogen. Het is niet
gebaseerd op dialoog, begrip, ondersteuning van het maatschappelijk
middenveld en de empowerment van personen, maar het is gebaseerd op het
ondersteunen van autoritaire regimes zolang de olie maar blijft stromen."
[7]
VS hoofdaanklager van de Einsatzgruppen op de
Neurenberg processen Benjamin Ferencz: "De
Verenigde Naties hebben een bepaling die nog zelf na de Tweede Wereldoorlog
door de VS werd geformuleerd. Die bepaling zegt dat van nu af aan geen
enkele natie geweld mag gebruiken zonder de toestemming van de VN
Veiligheidsraad. Geweld mag wel gebruikt worden uit zelfverdediging, maar
een land kan geen geweld gebruiken anticiperend op zelfverdediging. Wat Irak
betreft: de laatste resolutie van de Veiligheidsraad zei in wezen: 'Kijk,
breng de wapeninspecteurs uit Irak terug en laat ze ons vertellen wat ze
hebben gevonden - dan zullen we uitzoeken wat we gaan doen’. Maar de VS
regering was ongeduldig en besloot om Irak binnen te vallen - dat was
allemaal vooraf geregeld natuurlijk. Dus, de Verenigde Staten vielen Irak
binnen in strijd met het Handvest."[8]
En laten we tenslotte het oordeel van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg, Duitsland 1946, in herinnering brengen: "To initiate a war of aggression, therefore, is not only an international crime; it is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole."[9]
Vanaf de
ondertekening van het Verdrag van Westfalen in 1648[10],
tot 1945, toen de Verenigde Naties werden opgericht, hadden soevereine
staten in het Westen het recht om de oorlog te verklaren. Er waren wel
bepaalde grenzen die zij zichzelf hadden gesteld over de wijze waarop de
oorlog zou worden gevoerd, maar het recht zelf werd nooit betwist.
Het was
juist omdat dit beginsel uiteindelijk leidde tot WOII, dat de VN besloot om
oorlog te verbieden. Het is een staat niet toegelaten om een andere staat
aan te vallen. Het is alleen toegestaan om zich te verdedigen.
Zelfs indien Irak
een imminente bedreiging zou hebben gevormd, is volgens het internationale
recht de Veiligheidsraad van de VN het enige orgaan dat bevoegd om te
reageren op een dergelijke daad van agressie[11].
Bovendien kan de VN als dusdanig geen oorlog voeren; evenwel is het
toegestaan om in te grijpen, maar alleen met een beperkt en tijdelijk
mandaat.
Dit principe is het
fundamentele beginsel van polycentrisme of multi-polariteit: een mondiaal
systeem waarin de fundamentele rechten van naties en personen worden
gerespecteerd. En het is precies dit principe dat werd verworpen in het
Neoconservatief beleid van het Project For The New American Century (PNAC)[12].
Helaas, een dergelijke afwijzing van dit principe roept ongelukkige
vergelijkingen op: de laatste persoon die schaamteloos de idee verwierp dat
internationale betrekkingen moeten worden geregeld door de wet was een man
genaamd Hitler. Net als de PNAC begon hij met het opschrijven van zijn
ideeën in Mein Kampf, alvorens over te gaan tot het in praktijk
brengen van deze ideeën. Wat we aldus zagen was een herhaling van dit
patroon: eerst wordt het internationaal recht genegeerd in theorie, en dan
wordt die theorie in praktijk gebracht. Een uiterst gevaarlijke
ontwikkeling.
Tijdens het debat over de Irak-oorlog, dat
plaatsvond in de VN-Veiligheidsraad, drong de Franse minister van
Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin[13],
erop aan dat de wet moest worden gerespecteerd, en dat dus, aangezien er
geen sprake was van een daad van agressie, er geen oorlog kon worden gevoerd
tegen Irak in de toenmalige omstandigheden. Colin Powell's antwoord op de
Villepin was: "U behoort tot het verleden". Maar Powell was verkeerd.
De Villepin behoort tot het heden, en de toekomst. Het is Colin Powell die
behoort tot het verleden - tot de wereld voor 1945, een wereld die Hitler
heeft voortgebracht. Het zijn de Verenigde Staten die de geschiedenis
terugdraaien. We worden geconfronteerd met een fundamentele politieke vraag:
willen we dat de wereld geregeerd wordt zonder regels, zoals het was in het
verleden? Of willen we dat de wereld wordt geregeerd door rechtsregels?[14]
Natuurlijk
kunnen deze regels worden veranderd en aangepast, en de instellingen die de
verantwoordelijkheid hebben om deze regels af te dwingen zouden misschien
moeten of kunnen worden hervormd. Maar de centrale kwestie die ter discussie
staat is de fundamentele vraag of er überhaupt internationale rechtsregels
nodig zijn. Moet er zoiets bestaan als het internationale recht? Of willen
we dat de Pax Americana een Lex Americana wordt: dat wil zeggen, een wereld
waarin er geen wetten bestaan, alleen diegene die door de Verenigde Staten
worden erkend? Als dat zo is zal dit leiden tot de volledige miskenning van
de rechten van alle volkeren op deze planeet. Landen en volkeren zullen het
recht hebben om te overleven in de mate dat ze niet in conflict komen met
zogenaamde "Amerikaanse belangen", die niet de belangen zijn van het volk
van de Verenigde Staten, maar van een minderheid van dominante economische
groepen.
Wat waren dan de werkelijke redenen van de regering Bush om Irak binnen te
vallen en het land te bezetten? Men kan men vijf mogelijke doelstellingen
voor de invasie in Irak onderscheiden:
1. Omwille van strategische geopolitieke redenen[15].
2. Om de hand te kunnen leggen op de oliereserves van een land dat de 2de bewezen oliereserves ter wereld heeft (wat bv. Alan Greenspan, ex chairman of the Federal Reserve zelfs volmondig heeft toegegeven[16]).
3. Om de veiligheid en de regionale aspiraties van Israël te garanderen en te bevorderen[17].
4. Ter bescherming van de dollar, de “oil currency”, als internationaal betaalmiddel.[18]
5.
Om te ontsnappen aan een binnenlandse economische crisis door middel van
massale productie en het gebruik van wapens en militair materieel.[19]
De
ontmanteling van de Iraakse staat
Enkele
dagen na de verwoestende aanslagen van 9 / 11 verklaarde vice-minister van
Defensie Paul Wolfowitz dat “het beëindigen van landen die het terrorisme
steunen”[20]
een belangrijk aandachtspunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid zou
worden. Irak werd bestempeld als een "terroristische staat" en dus klaar
voor “beëindiging”. President Bush duidde Irak aan als de frontlinie
van de wereldwijde oorlog tegen terreur. Amerikaanse troepen zijn Irak
binnengevallen met de uitdrukkelijke bedoeling om de Iraakse staat te
ontmantelen. Na de Tweede Wereldoorlog was de aandacht van de politieke en
sociale wetenschappen vooral gericht op “Nation building” en het
opstellen van ontwikkelingsmodellen. Er is weinig geschreven over
staatsvernietiging en de-development. We kunnen nu, na 7 jaren oorlog
en bezetting, met grote zekerheid stellen dat de vernietiging van de Iraakse
staat een bewuste doelstelling was van het beleid van de VS.
De gevolgen in
menselijke en culturele termen van de vernietiging van de Iraakse staat zijn
enorm: met name de dood van meer dan 1,3 miljoen burgers[21];
de vernietiging van de sociale infrastructuur, waaronder elektriciteit,
drinkwater en riolering en de openbare instellingen, de doelgerichte moorden
op academici en professionals, ongeveer 2,5 miljoen binnenlandse ontheemden
en 2.764.000 vluchtelingen tot en met 2009[22].
Al deze verschrikkelijke verliezen worden nog verergerd door ongekende
niveaus van culturele verwoesting, aanvallen op de nationale archieven en
monumenten die de historische identiteit van het Iraakse volk
vertegenwoordigen. Ongebreidelde chaos en geweld belemmeren inspanningen
voor de wederopbouw, waardoor de fundamenten van de staat Irak in puin zijn.
De meerderheid van de westerse journalisten, academici en politici hebben
geweigerd om de dodentol en de culturele vernietiging op zo'n grote schaal
te erkennen als volledig voorspelbare gevolgen van de Amerikaanse
bezettingspolitiek. Het idee wordt beschouwd als ondenkbaar, ondanks de
openheid waarmee dit doel werd nagestreefd.
Het is tijd
om het ondenkbare te denken. De door de VS geleide aanval op Irak dwingt ons
na te denken over de betekenis en de gevolgen van de vernietiging van de
staat als een beleidsdoelstelling. De architecten van het Irak-beleid hebben
nooit expliciet geduid wat deconstructie en reconstructie van de Iraakse
staat met zich mee zou brengen; hun acties maken echter de bedoelingen
duidelijk. Uit hun acties in Irak kan een vrij nauwkeurige definitie van
staatsbeëindiging worden gelezen. De campagne om Irak te vernietigen startte
met het afzetten en vermoorden van het wettelijke staatshoofd Saddam
Hoessein en leidende figuren uit de Baath partij. Echter, de vernietiging
van de staat ging verder dan regime change. Ook de doelgerichte
ontmanteling van grote overheidsinstellingen, de ontbinding van het Iraakse
leger en politionele diensten en het lanceren van een langdurig proces van
politieke hervorming maken deel uit van dit proces.
Hedendaags
Irak vormt een gefragmenteerde pastiche van sektarische krachten in een
zogenaamd liberale democratie met neo-liberale economische structuren. Een
verdeel-en-heers techniek wordt toegepast om cultureel samenhangende
gebieden te fragmenteren en te onderwerpen. Het regime geïnstalleerd door de
bezettingsmacht in Irak heeft het land hervormd langs sektarische lijnen:
het ontbinden van de hard bevochten eenheid van een lang project van
staatsopbouw. Dit resulteerde in een beleid van etnische zuiveringen.
Over
sektarisme
80% van de
Iraakse bevolking zijn Arabieren, en 95% van hen zijn moslims. Sinds de
onafhankelijkheid van Irak in 1920 tot 2003 had Irak nooit sektarische
conflicten, in tegenstelling tot bv. Libanon en Turkije. Van de
verschillende premiers die aantraden tussen 1920 en 2003, waren er 8
sjiieten en 4 Koerden. Van de 18 militaire stafchefs waren er 8 Koerden. Wat
de Baath-partij zelf betreft, waren de meerderheid van de leden Shia. Van de
55 mensen op de wanted-lijst (deck of cards), door de bezettingsmacht
gepubliceerd, waren er 31 sjiieten. Dus wat de bezettingmachten
introduceerden was nieuw voor Irak: etnische zuiveringen. Ze begonnen eerst
met sjiieten tegen soennieten tegen elkaar op te zetten, daarna soennieten
tegen Sjiieten, en nu oogsten ze wat ze hebben gezaaid.
"Hoewel de
sjiieten waren ondervertegenwoordigd in de regering in de periode van de
monarchie, hebben ze aanzienlijke vooruitgang geboekt in het onderwijs, het
bedrijfsleven, en op juridisch gebied. Hun vooruitgang op andere terreinen,
zoals in de oppositiepartijen, was zo groot dat in de jaren 1952 tot 1963,
voordat de Baath-partij aan de macht kwam, sjiieten de meerderheid van de
partijleiding vormden. Waarnemers geloven dat in de late jaren 1980 sjiieten
waren vertegenwoordigd op alle niveaus van de partij, ongeveer in verhouding
tot de overheidsschattingen van hun aantal in de populatie. Bijvoorbeeld,
van de acht Iraakse leiders, die in het begin van 1988 met Hussein in de
Revolutionaire Commando Raad zaten - het hoogste politieke orgaan in Irak -
waren er drie Arabische sjiieten (van wie één had gefungeerd als minister
van Binnenlandse Zaken), waren er drie Arabische soennieten, één was een
Arabische christen, en één was een Koerd. In de Regionale Commando Raad -
het beslissingsorgaan van de Baathpartij - overheersten de sjiieten. Tijdens
de oorlog met Iran werden een aantal zeer competente Shia officieren
gepromoveerd tot korpscommandanten. De generaal die de eerste Iraanse
invasies van Irak in 1982 afweerde was een Sjiiet. "[23]
De Noorse
Irak
commentator Reidar Visser heeft het over een "selective
de-Ba'athification" proces in Irak. "Het
is een historisch feit dat miljoenen sjiieten en soennieten hebben
samengewerkt met het oude regime, en het waren bijvoorbeeld sjiitische
stammen die de 'sjiitische "rebellie in het zuiden in 1991 hebben
neergeslagen. Toch hebben de ballingen die terugkeerden naar Irak na 2003
geprobeerd om een kunstmatig narratief te ontwikkelen waarin de erfenis van
pragmatische samenwerking met het Baath-regime niet wordt behandeld op een
systematische en neutrale wijze, maar in plaats daarvan gepoogd wordt om
politieke tegenstanders (vaak soennieten) als "Baathists" uit te schakelen
en zwijgend politieke vrienden te coöpteren (vooral als ze toevallig
sjiieten zijn), zonder vermelding van hun banden met de Baath-partij. Het
resultaat is een hypocriete en sektarische aanpak van de hele kwestie van
het de-Baathification proces dat een nieuw Irak zal creëren op wankele
fundamenten. Zo bijvoorbeeld hebben de Sadristen het voortouw genomen in de
agressieve de-Baathification campagne, maar het is bekend dat veel Sadristen
in feite banden hadden met de Baath-partij in het verleden.”[24]
Staatsvernietiging als oorlogsdoel
Op
parallelle wijze hebben de bezetters de nationale en staats-georiënteerde
economie herontworpen om te voldoen aan een extreem neo-liberaal model van
de markt, gekenmerkt door privatiseringen en de opening van de fragiele
markt voor buitenlands kapitaal, vooral Amerikaans. Nergens is dit
duidelijker dan in de ontmanteling van de nationale industrie van Irak[25].
Maar dat is niet alles. De verschrikkingen van de culturele vernietiging en
gerichte moordaanslagen in Irak worden voor het grootste deel nog steeds
louter beschouwd als een gevolg van oorlog en sociale onrust. In het
mainstream verhaal worden het verlies van het Iraaks cultureel erfgoed en de
vele moorden nog steeds beschouwd als "collateral damage".
Dergelijke
opvattingen verbergen meer dan ze onthullen. Weinigen stellen in vraag dat
nation-building een integrale culturele en menselijke dimensie heeft. Zo ook
staatsvernietiging. Om opnieuw gemaakt worden, moet een staat worden gekneed
naar de belangen van de overheerser. Belemmeringen voor dit doel in Irak
waren een indrukwekkend legertje intelligentsia die zich inzetten voor een
ander, meer staats-georiënteerd maatschappelijk model en een
gemeenschappelijke cultuur hadden. De doelbewuste politiek van “state-ending”
had verwoestende culturele en menselijke gevolgen. Beëindigen en hermaken
zijn inherent gewelddadig processen. Nation-building impliceert een
voorafgaand proces van Nation destruction.
Uit de
acties van de bezetters blijkt dat zij wel begrepen hadden dat de creatie
van het nieuwe Irak de bevrijding uit de greep van de bestaande
intelligentsia en cultuur van een verenigd Irak vereiste. Staatsvernietiging
in Irak betekent dus meer dan “regime change” en politieke en
economische herstructurering. Het vereist ook culturele zuivering:
het afbouwen van een verenigende cultuur en de uitsluiting van de
intelligentsia verbonden aan de oude orde. Hoe hebben zij dit bereikt?
Grotendeels door passief toe te kijken en niets te doen. De bezetters hebben
een klimaat van wetteloosheid bevorderd en gelegitimeerd, met als geheel
voorspelbaar gevolg de verzwakking van een verenigende cultuur en de
eliminatie van de intelligentsia die de openbare instellingen van Irak
bemanden.
De vele
verhalen over incompetente planning en "collateral damage" in de context van
een wereldwijde oorlog tegen het terrorisme hebben ertoe geleid dat de idee
van de opzettelijkheid van de culturele vernietiging en de gerichte moorden
op zo’n grote schaal nog steeds onbespreekbaar is in het mainstream denken.
Maar bij
aanvang van de bezetting reeds beloofden de politieke leiders van de
bezettingsmacht een nieuwe start voor de Iraakse samenleving. Voor de
Anglo-Amerikaanse invasie van Irak in maart 2003, beloofden een aantal hoge
functionarissen in de Bush regering een volledige hervorming van de Iraakse
samenleving om “democratie” en “vrijheid”[26]
te brengen en een "Nieuw Midden-Oosten" te installeren[27].
Niet verwonderlijk dus dat het creëren van iets nieuws noodzakelijkerwijs de
vernietiging inhoudt van wat daaraan voorafging. Hoe ambitieuzer de
schepping, hoe extremer de vernietiging. Michael Ledeen, één van de
drijvende krachten achter de filosofische neoconservatieve beweging, schreef
in een invloedrijk essay in de National Review Online:
"Creative destruction is our middle name. We do it automatically ... it
is time once again to export the democratic revolution."[28]
Uit citaten van het werk van deze onderzoeker van de conservatieve American
Enterprise Institute blijkt een reeks van eigenaardige overtuigingen over de
Amerikaanse houding ten opzichte van geweld:
"Change -- above all violent change -- is the essence of human history",[29]
"the only way to achieve peace is through total war".
"Every ten years or so, the United States needs to pick up some small crappy
little country and throw it against the wall, just to show the world we mean
business". "We are a warlike people (Americans)...we love war"
[30]
Volgens William
Kristol, een andere PNAC ideoloog, zijn er voor de VS enkel maar redenen tot
optimisme[31].
Immers, bijna alle doelstellingen die waren gepland, zijn bereikt: Irak is
vernietigd, er is totale controle over het land, er zijn permanente
militaire basissen, de grootste Amerikaanse ambassade in de wereld, massale
privatiseringen - zelfs de landbouw is in handen van Monsanto[32]
-, een nieuwe grondwet werd opgesteld[33],
gecontroleerd door de VS, en de olie-wet is goedgekeurd[34].
Ironisch
genoeg maakt de onbelemmerde ideologische context waarbinnen Irak werd
binnengevallen het makkelijker om daadwerkelijk tegen het mainstream denken
in te gaan dat dit beleid van culturele vernietiging negeert.
State-ending in Irak was expliciet bedoeld om een leerzaam effect te
hebben. De invasie van Irak had als hoger doel om aan te tonen hoe
onaanvechtbaar en ongebreideld de “shock and awe” van de Amerikaanse macht
zou zijn voor al degenen die de VS in de weg stonden[35].
Een massaal aantal slachtoffers en culturele verwoesting waren aanvaardbaar,
zo niet ronduit gewenst.
"the level of casualties (in Iraq) is secondary"[36].
"We don't do body counts,"
zei Gen. Tommy Franks, die de Irak-invasie leidde[37].
Om de demonstratie van de kracht van de enige supermacht aan te tonen waren
de doden en plunderingen de meest in het oog springende voorbeelden.
Tegelijkertijd traden de ideologische krachten die deze wel omschreven
doelstellingen van state-ending formuleerden in het voetlicht. De echte
motieven voor de aanval werden bedolven onder een discours van 'war on
terror' en ‘bevrijding’. Het was belangrijk dat om een voorbeeld te stellen
de aanval zelf en de ravage zo volledig mogelijk zouden zijn. Er bestaat
geen twijfel over wie deze ideologische krachten waren, ongeacht de peptalk
die hun bedoelingen verdoezelde. Het ideologisch gedreven doel van
state-ending was een samenloop van diverse actoren: de Amerikaanse
neo-conservatieven en hun imperiale ambities, Israëlisch expansionisme en
zijn streven naar regionale dominantie en Westerse multinationals en hun
niet-aflatende zoektocht om de controle van de Iraakse olie te heroveren.
Jay Garner, Sergio Vieira de Mello en Paul Bremer III
In 2003 werd Jay Garner aangeduid om de naoorlogse wederopbouw in Irak leiden. Toen Garner op 11 mei 2003 werd vervangen door pro-consul Paul Bremer III, de voormalige directeur van Kissinger Associates, waren er nogal wat speculaties over zijn plotse vervanging. Er werd gesuggereerd dat Garner opzij werd gezet omdat hij het niet eens was met het Witte Huis over de vraag wie de reconstructie zou leiden. Hij wilde ook onmiddellijk vervroegde verkiezingen - 90 dagen na de val van Bagdad, en een nieuwe regering om te beslissen hoe het land zou moeten worden geleid. Garner zei: "Ik denk niet dat de Irakezen zich moeten laten leiden door de VS-plannen, ik denk dat we een vrij verkozen Iraakse regering nodig hebben, die de wil van het volk vertegenwoordigt. Het is hun land ... hun olie."[38]
Braziliaanse diplomaat Sergio Vieira de Mello werd vermoord op 19 augustus 2003, nadat een bomvrachtwagen ontplofte vlak buiten zijn kantoor bij het VN-hoofdkwartier in Bagdad, De Mello werd aangeduid als VN-secretaris-generaal voor Irak om toe te zien op een snel einde van de Amerikaanse bezetting. Hij steunde de oorlog niet en was van plan om een verklaring af te leggen die de coalitie veroordeelde voor het gebruik van buitensporig geweld. Hij had alle bescherming van tanks en soldaten voor de poort van zijn hoofdkwartier bij het Canal Hotel weggestuurd, omdat hij zei dat hun aanwezigheid leek op Amerikaanse controle van de Verenigde Naties, iets waar hij fors tegen protesteerde.[39] Hij was een fervent tegenstander van de beruchte Bremer’s orders[40] die de ganse politieke en economische structuren van het land zouden wijzigen onder de bezetting.
Wijziging van fundamentele wetten in een bezet land is illegaal volgens het internationaal recht. Het schendt alle internationale verdragen inzake het gedrag van de bezetter, zoals voorgeschreven in The Hague regulations van1907 (de voorganger van the Geneva Conventions van 1949 en geratificeerd door de Verenigde Staten), evenals de eigen code van het Amerikaanse leger, zoals vermeld in de Army field manual "The Law of Land Warfare." Artikel 43 van The Hague regulations bepaalt dat een bezettende macht " zoveel mogelijk de openbare orde en veiligheid moet herstellen en verzekeren, en de geldende wetgeving in het land moet respecteren, tenzij dat wordt verhinderd." Resolutie 1483 van de VN-Veiligheidsraad van mei 2003 verzoekt de bezettingsmachten de The Hague regulations en de Conventie van Genève in Irak te respecteren.”[41]
Deze voorbeelden maken duidelijk dat de VS wel omschreven plannen hadden voor Irak en dat iedereen die gekant was tegen die plannen werd opzij gezet.
De plundering van het Iraakse cultureel erfgoed
Met een goed begrip van het ideologisch gedreven doel van de ontmanteling
van de Iraakse staat voor ogen, kan een overzicht worden gemaakt van de
culturele en menselijke kost van het beleid zoals dit kan worden vastgesteld
in de feiten op het terrein. De omvang van de vernietiging en het
systematisch karakter ervan kunnen onmogelijk verklaard worden als een reeks
van onvoorziene, en / of tragische ongelukken. Naar onze mening komen de
moorden en de vernietiging voort uit de inherent gewelddadige doelstelling
van het beleid om Irak te hermaken in plaats van te hervormen.
Nu de bescherming van de staat was opgeheven en de opgeleide middenklasse
verwijderd, waren de culturele rijkdommen van Irak een gemakkelijk doelwit.
De militaire aanval van de VS-geleide troepenmacht tegen de Iraakse staat,
die al verzwakt was door twaalf jaar economische sancties, viel samen met
een multi-dimensioneel patroon van culturele zuivering. Deze zuivering begon
in de zeer vroege dagen van de invasie, met het op grote schaal plunderen
van alle symbolen van de Iraakse culturele identiteit. Musea, archeologische
sites, paleizen, monumenten, moskeeën, bibliotheken, ministeries en alle
sociale centra leden onder plundering en verwoesting. Dit gebeurde onder het
waakzame oog van de bezettingstroepen. Amerikaanse troepen in Bagdad
bewaakten zeer zorgvuldig het Iraakse olie-ministerie, alsook het Ministerie
van Binnenlandse Zaken, waar mogelijk compromitterende gegevens over het
veiligheidsapparaat van Saddam werden bewaard.
We weten nu dat
duizenden culturele artefacten verdwenen tijdens "Operation Iraqi Freedom",
onder het gezag van de VS. Niet minder dan 15.000 Mesopotamische artefacten
van onschatbare waarde verdwenen uit het Nationaal Museum in Bagdad, en vele
andere van de 12.000 archeologische sites lieten de bezetters onbewaakt.
Terwijl het museum werd beroofd van haar historische collectie, werd de
Nationale Bibliotheek, die de continuïteit en de trots van de Iraakse
geschiedenis bewaarde, opzettelijk vernield. Bezettingsautoriteiten namen
geen maatregelen om de belangrijkste culturele bezienswaardigheden te
beschermen, ondanks de waarschuwingen van de internationale specialisten.
Volgens een recente update over het aantal gestolen artefacten door Francis
Deblauwe, een archeoloog en deskundige over Irak[42],
blijkt dat niet minder dan 8.500 objecten nog steeds ontbreken, alsook 4,000
artefacten die in het buitenland werden opgespoord, maar nog niet terug in
Irak zijn.
De houding
van de VS-geleide troepenmacht tegenover deze plundering was, op zijn best,
onverschilligheid en erger.
Het falen van de VS
om zijn verantwoordelijkheden krachtens het internationale recht te nemen en
beschermende maatregelen te nemen, werd nog verergerd door grove directe
acties die in ernstige mate het Iraakse culturele erfgoed beschadigden.
Sinds de invasie in maart 2003 heeft de VS geleide troepenmacht ten minste
zeven historische locaties omgevormd tot basissen of militaire kampen, met
inbegrip van UR, een van de oudste steden van de wereld en de geboorteplaats
van Abraham[43],
met inbegrip van de mythische Babylon waar een Amerikaanse militair kamp
onherstelbare schade heeft toegebracht aan de oude stad.[44]
Het wissen
van het collectieve geheugen
Dergelijke
massale culturele vernietiging heeft een verwoestende uitwerking op twee
verschillende niveaus. Het eerste heeft betrekking op de gehele mensheid
vanwege de unieke herkomst van Irak’s artefacten en monumenten die op een
goed gedocumenteerde, concrete wijze een ongeëvenaard gevoel van de
continuïteit van de menselijke beschaving optekenen in dit unieke land. Het
tweede niveau is van cruciaal belang voor het Iraakse volk en zijn
historische identiteit, gevormd door de manier waarop ze hun eigen
geschiedenis begrijpen. Geheugen in al zijn vormen, persoonlijk, cognitief
en sociaal, biedt de imaginaire infrastructuur van identiteit, zowel op
individueel als op sociaal niveau, nationaal of subnationaal. Geheugen roept
emotioneel geladen beelden en verlangens op, die een link vormen tussen het
verleden en de toekomst via het heden door middel van de herinnering.
Echter, het geheugen is sterfelijk in twee opzichten: ten eerste sterft het
met het lichaam, ten tweede verandert het door vergetelheid. Vandaar dat
geheugen, zij het persoonlijk of maatschappelijk geheugen, actief moet
worden gehandhaafd om maatschappelijke relevantie en continuïteit te
verzekeren die het verleden aan de toekomst geeft. Het behoud van het
geheugen is de functie van musea en historische monumenten. Het Nationaal
Museum van Irak is geobjectiveerd geheugen, niet alleen van de
Mesopotamische bakermat van de beschaving, maar ook voor het Iraakse volk.
Het Nationaal Museum van Irak vormt getuige van de duurzaamheid en de
continuïteit van een cultuur en een natie sinds mensenheugenis, evenals de
archeologische vindplaatsen en monumenten. Zonder een kader voor het
collectieve geheugen is er geen enkele manier tot uitdrukking van het
individueel geheugen. Individueel geheugen heeft de context nodig van de
groepsidentiteit die onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis en
culturele artefacten waarvan het Nationaal Museum van Irak, de Nationale
Bibliotheek en archeologische sites de tastbare getuigen zijn. Wat de
bedoelingen van de bezetter ook waren, de feitelijke gevolgen van het beleid
in post-invasie Irak kunnen worden gekarakteriseerd als de vernietiging van
het culturele geheugen.
Deze
uitwissing van het verleden en de ondermijning van de hedendaagse sociale
verworvenheden in het bezette Irak verhinderen eveneens een zinvolle
toekomst. Irak wordt overgeleverd aan de desintegrerende krachten van
sektarisme en regionalisme. Irakezen, ontdaan van hun gemeenschappelijk
erfgoed en nu moeten leven in de ruines van ooit moderne sociale
instellingen van een coherente en eengemaakte duurzame samenleving, zijn
overgeleverd aan de krachten van burgeroorlog, sociaal en religieus atavisme
en wijdverbreide criminaliteit. Iraaks nationalisme dat groeide door een
langdurig proces van staatsopbouw en sociale interactie wordt thans
afgebroken. Het dominante discours beweert ten onrechte dat sektarisme en
etnisch chauvinisme altijd de basis hebben gevormd van de Iraakse
samenleving, en steeds opnieuw wordt de destructieve mythe herhaald van een
eeuwenoude strijd zonder oplossing, waarvoor de overheersers geen
verantwoordelijkheid dragen.
Vernietiging van sociale instellingen
Gelijktijdig met de
verwoesting van zoveel historische schatten van Irak werden eveneens de
sociale en culturele instellingen van Irak vernietigd: het
gezondheidssysteem, het kadaster van onroerende goederen, de burgerlijke
stand… Het is bv. zeer moeilijk om in het huidige Irak je identiteit en je
eigendomsrecht te bewijzen. Irak’s onderwijssysteem, eens geroemd als het
meest vooruitstrevende in de regio[45],
heeft erg geleden onder een proces van destructie en ontmanteling. Volgens
een rapport van de United Nations University International Leadership
Institute in Jordanië, werden ongeveer 84% van Irak's instellingen voor
hoger onderwijs in brand gestoken, geplunderd of vernietigd.[46]
Zo’n 2.000 labaratoria moeten opnieuw worden heringericht en 30.000
computers moeten worden aangekocht.[47]
Op 11 april 2003
stuurden een aantal Iraakse wetenschappers en professoren een SOS e-mail om
aan te klagen dat de Amerikaanse bezetters hun leven bedreigden. De oproep
vermeldde nog dat plunderingen en overvallen plaats vonden onder het
toeziend oog van de bezettingsmacht.[48]
Deze
soldaten, vervolgde de email, vervoerden benden naar de wetenschappelijke
instellingen, zoals Mosul Universiteit en verschillende
onderwijsinstellingen, om de centra voor wetenschappelijk onderzoek te
vernietigen en alle papieren en documenten in beslag te nemen teneinde elke
Iraakse wetenschappelijke renaissance in de kiem te smoren.
De e-mail
wees er ook op dat de bezettingsmacht lijsten had opgesteld met de namen,
adressen en specialiteiten van de Iraakse wetenschappers om de intimidatie
door gangs te vergemakkelijken in de chaos en anarchie die ontstond na de
val van het Iraakse regime op 9 april 2003.
"Zoals de meeste
instellingen voor hoger onderwijs in heel Irak, kwam Bagdad Universiteit
vrijwel ongedeerd uit de bombardementen. In de daaropvolgende plunderingen
en branden, werden 20 van de universiteiten van de hoofdstad vernietigd.
Geen enkele instelling ontsnapte aan de vernielingen: de faculteit van het
onderwijs in Waziriyya werd dagelijks overvallen gedurende twee weken; de
veterinaire hogeschool in Abu Ghraib verloor al haar apparatuur; rookwolken
waren zichtbaar boven twee gebouwen in de faculteit voor schone kunste. In
elke school, in elk klaslokaal, kan je "onderwijs" schrijven in het stof op
de tafels.”[49]
Aanhoudend geweld
heeft de vernietiging teweeggebracht van de schoolgebouwen en ongeveer een
kwart van alle basisscholen moet worden heropgebouwd. Sinds maart 2003
werden meer dan 700 basisscholen gebombardeerd, 200 werden verbrand en meer
dan 3.000 geplunderd.
[50]
Tussen maart 2003
en oktober 2008 werden 31.598 gewelddadige aanvallen tegen
onderwijsinstellingen gemeld in Irak, volgens het ministerie van Onderwijs
(MOE).[51]
John agresto, die
belast was met het ministerie van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk
Onderzoek in de periode 2003-2004, geloofde dat de plundering van de Iraakse
universiteiten een positieve daad was omdat dit de onderwijsinstellingen in
staat zou stellen om opnieuw te beginnen met een schone lei, met de nieuwste
apparatuur evenals een gloednieuwe curriculum. Dit leerplan verwijderde elke
kritiek op het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten, alsmede verwijzingen
naar zowel de golfoorlog in 1991 en het illegale Israëlische beleid in de
bezette Palestijnse gebieden.[52]
Iraakse
academische instellingen, ooit toonaangevend in de Arabische wereld, waren
instrumentaal in het creëren van een sterke Iraakse nationale identiteit na
jaren van kolonisatie. De virtuele instorting van de educatieve
infrastructuur van Irak heeft het land ontdaan van het cement dat gediend
heeft om een verenigende geschiedenis te creëren voor de Iraakse natie.
Van bij de
aanvang van de bezetting is er naast migratie door de chaos van de oorlog
nog een andere zorgwekkende evolutie. De brains van een verenigd Irak worden
uitgeschakeld in wat alle kenmerken bezit van een systematische campagne van
gerichte moordaanslagen. De decimering van de professionele rangen vond
plaats in het kader van een algemene aanval op de middenklasse van Irak,
waaronder artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en
religieuze leiders.
De moderne Iraakse
opgeleide middenklasse, van vitaal belang nu en in de toekomst om de staat
te leiden, de economie, en de Iraakse cultuur te ontwikkelen, wordt
gedecimeerd. Na de systematische moorden, detentie, militaire raids en
belegeringen, bedreigingen en discriminatie, heeft de meerderheid van wat er
nog van die klasse restte het land verlaten. Het ontbreken van deze
middenklasse heeft geresulteerd in de instorting van alle openbare diensten
in de gehele Iraakse samenleving.[53]
De New York Times
meldde op 7 februari 2004 dat honderden intellectuelen en mid-level
beheerders vermoord waren sinds mei 2003 in wat Iraakse officiële bronnen
omschrijven als een steeds groter wordende campagne tegen de professionele
klasse van Irak.
[54]
"Ze zijn
uit op onze brains", zei luitenant-kolonel Jabbar Abu Natiha, hoofd van
de georganiseerde misdaad eenheid van de politie in Bagdad. "Het is een
grote operatie. Misschien zelfs een beweging."
Amerikaanse en Iraakse functionarissen zeggen dat er geen cijfermateriaal
beschikbaar is voor alle vermoorde professionals. Maar Lt Akmad Mahmoud, van
de politie in Bagdad, zei dat er "honderden" professionals gedood zijn in
Bagdad. Volgens Bagdad-gemeenteraadslid Saadi, die nauw samenwerkt met de
politie, wordt het aantal op van 500 tot 1.000 geraamd.
The Independent
vermeldde op 7 december 2006 dat meer dan 470 academici werden gedood. "Gebouwen
zijn verbrand en geplunderd in wat op een doelgerichte golf lijkt van geweld
gericht tegen de Iraakse academische wereld."[55]
Op 15 maart 2007
zei Minister van Hoger Onderwijs Abduldhiyab al-Aujaili dat sinds de
Amerikaanse invasie in 2003 meer dan 100 hoogleraren waren ontvoerd.[56]
Hij zei dat het ministerie bijna alle hoop heeft opgegeven op de terugkeer
van degenen die waren ontvoerd en dat het geweld gericht op Iraakse
universiteiten faculteitsleden heeft geterroriseerd. "Huizen van
honderden professoren zijn bestormd en honderden van hen werden gearresteerd
maar later werden de meesten van hen weer vrijgelaten," zei hij. Het
toenemende geweld heeft 'duizenden' Iraakse hoogleraren gedwongen het land
te ontvluchten. Naar schatting 331 leerkrachten werden gedood in de eerste
vier maanden van 2006, volgens Human Rights Watch, en minstens 2.000 Iraakse
artsen zijn gedood en 250 ontvoerd sinds de Amerikaanse invasie in 2003, en
180 leraren zijn gedood tussen februari en november 2006, volgens het
Brookings Institution in Washington[57].
De International Medical Corps meldt dat populaties van leerkrachten in
Bagdad met 80% gedaald zijn en het medische personeel lijkt zijn job te
hebben verlaten in onredelijk grote aantallen. Ongeveer 40 procent van de
middenklasse van Irak is gevlucht voor het einde van 2006, volgens de VN.
18.000 artsen zijn gevlucht sinds de invasie meldde de NGO Medact in haar
rapport van maart 2006[58].
De meesten zijn op de vlucht voor systematische vervolging en hebben geen
behoefte om terug te keren. Ten minste 315 Iraakse en 30 niet-Iraakse
media-professionelen zijn gedood onder Amerikaanse bezetting[59].
Op 20 maart 2008 meldde Reporters Without Borders dat honderden journalisten
in ballingschap werden gedwongen sinds het begin van de door de VS geleide
invasie. Tot 75 procent van de Iraakse artsen, apothekers en
verpleegkundigen hebben hun jobs opgegeven sinds de door de VS geleide
invasie in 2003[60].
Meer dan de helft van hen zijn geëmigreerd, volgens een rapport van Medact
van 16 januari 2008.[61]
Het aantal vooraanstaande Iraakse wetenschappers en professionals die het
land ontvlucht zijn benadert 20.000. Van de 6.700 Iraakse hoogleraren die
gevlucht sinds 2003, meldde de Los Angeles Times in oktober 2008 dat slechts
150 van hen teruggekeerd was[62]
De Iraakse minister
van onderwijs zegt dat 296 leden van het onderwijzend personeel werden
gedood alleen al in 2005.
[63]
Volgens het VN Office
for Humanitarian Affairs werden 180 leraren vermoord sinds 2006 tot maart
2007, tot 100 zijn ontvoerd en meer dan 3.250 zijn het land ontvlucht. De
lijst met vermoorde Irakese academici van het BRussells
Tribunal bevat 437 namen tot 01 april 2010.[64]
Honderden
rechters en advocaten hebben het land verlaten. Ten minste 210 advocaten en
rechters werden gedood sinds de Amerikaanse invasie in 2003, naast
tientallen gewonden bij aanslagen tegen hen.[65]
Sinds 2007 hebben
bomaanslagen in Al Mustansiriya Universiteit in Bagdad meer dan 335
studenten en medewerkers gedood of verminkt, volgens een artikel van 19
oktober 2009 in de NYT, en een 12-meter hoge muur is gebouwd rond de campus
om aanslagen te voorkomen.[66]
Dit zijn
slechts een paar voorbeelden waaruit de omvang van het probleem duidelijk
wordt.
De inspanningen om
de Iraakse infrastructuur, waaronder scholen en instellingen voor hoger
onderwijs, her op te bouwen, werden geplaagd door het gebruik van
minderwaardige materialen, corruptie en het doorsluizen van geldmiddelen
naar "veiligheid". De snel verslechterende omstandigheden en het volledig
ontbreken van een goed functionerend onderwijssysteem heeft geleid tot een
neerwaartse spiraal van bijna 50% drop-outs.
Het geweld heeft sinds de door de VS geleide invasie duizenden studenten
weggehouden van de universiteiten. Alleen al in 2006 leidde dit op een
aantal universiteiten tot een vermindering van het aantal inschrijvingen met
meer dan de helft, volgens Iraakse officiële bronnen. Universiteiten in
andere delen van het land zijn open, maar zijn verlaten. (Washington Post
18/01/2007)
Omar Al Hajj, een professor aan de University of Technology: "doodseskaders
beschuldigd voor het doden van Iraakse professionals en wetenschappers zijn
dezelfde krachten die Irak zijn binnengevallen, die de musea hebben
geplunderd en de banken hebben beroofd."
"Ze zijn ook dezelfde partijen die buitenlanders en zakenmensen ontvoeren
voor hoge bedragen als losgeld."
[67]
Tot op heden is er door de
bezettende autoriteiten geen systematisch onderzoek gevoerd naar dit
fenomeen. Niet één enkele aanhouding werd gemeld die verband zou houden met
deze terreur tegen de intellectuelen. De
onwil en onverschilligheid om deze systematische aanvallen op Iraakse
professionelen te beschouwen als een ernstig probleem is volledig in
overeenstemming met de meer algemene rol die de bezettingsmachten spelen in
de onthoofding van de Iraakse samenleving. Dat aspect van
post-invasie Irak wordt het best geïllustreerd door het de-Baathification
beleid van Paul Bremer III dat als gevolg had dat professioneel leiderschap
en kaderleden in de politieke, economische en militaire sector verwijderd
werden. Er werd minder vaak bericht dat deze bureaucratische zuivering
uitgebreid werd tot de educatieve en culturele sector, met alarmerende
gevolgen. Het eindresultaat van de zuivering van Baathisten is een heel
bewuste deconstructie van het menselijk kapitaal van Irak.
Massale emigratie
in het kielzog van de buitenlandse invasie en bezetting heeft de nationale
samenhang ondermijnd op nog meer directe en verwoestende manieren. Tussen
januari en oktober 2007 heeft de oorlog in Irak 1 miljoen Irakezen naar
Syrië doen vluchten, bovenop de bijna 450.000 die reeds waren gevlucht Irak
in 2006. De vluchtelingen komen in vrij hoge mate uit de opgeleide
middenklasse, die dit gevoel van nationale samenhang belichaamden. De
geletterdheid bij kinderen van vluchtelingen is plots drastisch gedaald, wat
weinig goeds voorspelt voor de volgende generatie. Iraakse meisjes en jonge
vrouwen worden door de armoede van hun familie gedwongen tot overlevingssex
en georganiseerde prostitutie.[68]
Pro-consul
in Irak Paul Bremer’s reeks van 97 uitvoeringsdecreten heeft de middenklasse
die de Iraakse samenleving gestalte gaf, uiteengereten en zo’n 15.500
onderzoekers, wetenschappers, docenten en hoogleraren in de werkloosheid
geduwd. Het bevel om het leger te ontbinden heeft ongeveer 500.000 mannen
met militaire ervaring in de werkloosheid gedwongen. Voorspelbaar gevolg was
een grote massa van boze en verpauperde Irakezen die hun ongenoegen uitten
door de rangen van het Iraaks verzet te vervoegen. De bezettingstroepen
bestreden de weerstand met collectieve bestraffing die de vorm aannam van
een tweede 'Shock and Awe" campagne die de Irakezen overweldigde en
ze hulpeloos en wanhopig achterliet. Met het beschermende schild van de
staat verwijderd, was de weerloze en gedesoriënteerde bevolking overgeleverd
aan criminele, sektarische en religieus atavistische elementen van allerlei
allooi. Het Iraakse volk en zijn uitzonderlijk erfgoed waren onbeschermd en
kwetsbaar.
Opeenvolgende Iraakse staten en regimes, ongeacht hun tekortkomingen en
beperkingen, hielden niettemin een gelaagde en cultureel rijke natie samen.
Irak was een ongelooflijk complexe, maar fragiele mozaïek. Deze werd niet
alleen gevormd door de 3 belangrijkste etnische groepen, maar ook door
talloze minderheden. In de condities van gemanipuleerde chaos werd dit
ingewikkelde weefsel, dat had overleefd gedurende duizenden jaren en dat van
een verbazingwekkende diversiteit getuigde, misschien wel voor altijd
vernietigd. De belangrijkste etnisch-religieuze groepen werden opzettelijk
geviseerd. Met de banden van nationale eenheid verzwakt, werden ze tegen
elkaar uitgespeeld. De kleine en kwetsbare minderheden werden verzwolgen in
de chaos.
Verscheidene minderheden in Irak dreigen te worden uitgeroeid nu zij worden
geconfronteerd met ongekende niveaus van geweld, volgens de Minority Rights
Group International.[69]
Sommige van die religieuze en etnische minderheden in Irak hebben vreedzaam
samengeleefd in de regio gedurende twee millennia.
Minderheidsgroepen worden geviseerd en gedood louter vanwege hun etnische of
religieuze voorkeuren.
De Christenen, die nog steeds spreken in het Aramees, de taal van de Bijbel,
verlaten Irak in grote aantallen. De Assyrische Kerk van het Oosten is een
van de meest getroffen kerken. Andere kerken onder extreme druk zijn de
Syrisch-orthodoxe, Koptisch-orthodoxe, Armeense Apostolische, en Chaldeeuwse
kerken. In 2006 heeft de UNHCR vluchtelingenorganisatie van de Verenigde
Naties vastgesteld dat 44 procent van de geregistreerde Iraakse asielzoekers
naar Syrië Christenen zijn.
Christenen zijn ook de grootste groep vluchtelingen die aankomen in de
Jordaanse hoofdstad Amman. En wat met de Mandeeërs, volgelingen van Johannes
de Doper, wiens geloof pre-christelijk is? Deze zijn niet in staat om
zichzelf te beschermen zoals anderen omdat hun geloof hen verbiedt wapens op
te nemen en zij zijn aldus gedwongen om te emigreren,.
Yezidi's liggen ook onder vuur. Hun figuur van aanbidding is Maluk Ta'us, de
gevallen engel - de Yezidi's geloven dat hij door God vergeven werd. Hun
geloof heeft ertoe geleid dat ze worden beschuldigd van "duivelaanbidding"
en ze worden vermoord omwille van hun geloof. Zowel tegen de Mandeeërs als
de Yezidi’s werden fatwa’s uitgevaardigd door de religieuze
fundamentalisten.
Andere minderheden zijn Bahai's, Faili Koerden, joden, Palestijnen, Shabaks
en Turkmenen. Samen vormen ze 10 procent van de bevolking van Irak.[70]
De
bezettingsmachten en de post-invasie regeringen die werden geïnstalleerd
hebben consequent geen interesse getoond om het aantal doden en ontheemden
op een duidelijke manier in kaart te brengen, noch bekommerden ze zich om de
inventarisatie van het vernietigde culturele erfgoed, beschadigde
archeologische sites en vermoorde intellectuelen. Nog minder hebben ze de
wil getoond om deze misdaden te onderzoeken en de daders te berechten. Deze
berekende desinteresse is op zichzelf reeds onthullend. Erger nog, officiële
woordvoerders geven openlijk uitdrukking aan de wil en de idee van de
bezetter om chaos en wetteloosheid te zien als "creatief" in de zin dat deze
situatie mogelijkheden biedt om na het vernietigen van de staat een nieuwe
start te creëren, om vanaf nul te beginnen. In het kader van gemanipuleerde
chaos zou dus de moedwillige ontmanteling van Irak’s ooit geroemde onderwijs
en de gezondheidszorg een kans betekenen om vanaf nul te beginnen.
Burgeroorlog of counter-insurgency?
De VS administratie en de massamedia zijn er, in tegenstelling tot de oorlog
in Vietnam, wonderwel in geslaagd om de mensen een rad voor de ogen te
draaien. De meeste Irakezen waarmee we contact hebben drukken ons op het
hart dat er geen burgeroorlog is in Irak. Er zijn sektarische spanningen,
dat wel, maar die worden gecreëerd en aangevuurd door de bezetter. Volgens
alle statistieken zijn de Irakezen er van overtuigd dat het sektarisch
geweld wordt veroorzaakt door de VS en dus zal verminderen als de bezetter
zich terugtrekt.[71]
Het volksverzet blijft buiten beeld in onze media, enkel de bomaanslagen worden ons dagelijks ingelepeld. Maar wie is verantwoordelijk voor de kidnappings, de bomaanslagen, de sektarische moorden? Is dat echt het volksverzet?
Wie zijn de diverse actoren die voor de instabiliteit in Irak zorgen? Wie creëert de condities voor het uitbreken van een burgeroorlog? We doen een poging om een tip van de sluier op te lichten.
A. De milities.
Lang voor de invasie waren de VS en hun bondgenoten betrokken bij de training en bewapening van tienduizenden anti-Irak collaborateurs. De trainingen gebeurden o.a. in Hongarije en Kosovo. De meest in het oog springende milities zijn:
1. de Iraqi National Congress (INC) geleid door Ahmed Chalabi.
2. Het Iraqi National Accord (INA) geleid door Iyad Allawi, de man die wordt naar voor geschoven door de VS en VK om Irak te regeren.
Beide groepen bestaan uit Irakese ballingen (w.o. anti-Baathisten), getraind en bewapend door de VS en VK.
3. De Badr Brigade, de gewapende vleugel van Da’awa/SCIRI religieuze partijen, islamisten, geleid door Abdul Aziz Al-Hakim, Ibrahim Al-Jaafari an Nuri Al-Maliki. De groep bestaat uit duizenden Irakese ballingen en illegale Iraanse migranten die uitgewezen werden uit Irak in de tachtiger jaren van vorige eeuw. De groep wordt getraind en bewapend door Iran en de VS.
4. De Kurdische militie (Peshmerga) geleid door oorlogsheren en getraind en bewapend door de VS en Israël.[72] De Koerdische Peshmerga milities zijn volledig geïntegreerd in het nieuwe Iraakse leger. (Zie verder)
5. De Sadr movement (gekend als de Mahdi Army), geleid door Moqtada Al Sadr. De beweging verzette zich aanvankelijk tegen de bezetting, maar stapte in het politiek proces en maakt deel uit van de collaboratie-regering. Sindsdien worden veel standrechterlijke moorden toegeschreven aan deze beweging.
Sinds de invasie muteerde elk van deze milities in verschillende groepen doodseskaders en criminele bendes zoals de Wolf brigade, de Karar brigade, de Amarah brigade, de Defenders of Kadhimiyah, de Falcon brigade, de Scorpions brigade en de Special Police Commandos. Ze worden bewapend en gefinancierd door de VS en hun bondgenoten, en zijn volledig geïntegreerd in de bezettingsmacht. Elke groep wordt zorgvuldig gebruikt door de bezetter om de Irakese bevolking te terroriseren in een campagne die werd opgezet om de steun te verhinderen van het Irakese volk aan het Irakees verzet. De VS militairen hebben immers al meermaals openlijk toegegeven dat, waar de steun aan het verzet groot is, “het volk de prijs betaalt voor de steun die ze aan het verzet geeft” (Newsweek 14/01/2004). Met andere woorden: Irakese burgers worden opzettelijk geviseerd en geterroriseerd omdat ze de bezetting verwerpen en niet willen buigen voor de Amerikaans plannen.
John Pace, speciaal VN gezant in Bagdad, kwam tot het volgende besluit: “Sommige milities zijn geïntegreerd in de politie en dragen politie-uniformen. De badr brigade zijn hoofdzakelijk diegenen die de moorden verrichten. Zij zijn het meest berucht." (bron: the Guardian, 2 maart 2006)
Werknemers van DynCorp en Science Applications International Corp uit Virginia (Amerikaanse Security Companies), die bekend staan als International Police liaison officers, hielden toezicht op de opleiding van SWAT-teams (Special Weapons And Tactics). De SWAT-teams lijken niet direct gelinkt aan de Special Police commando's, maar werden opgericht als elite politie-eenheden, net als de commando's, in dezelfde periode. Het Hillah SWAT-team had in 2006 de beschikking over 800 man, ongeveer evenveel als een commando-bataljon. Hoewel het bedoeld was als een SWAT-team, onderscheidde de Hillah eenheid zich van de 20 provinciale SWAT teams van 27 man elk, als een apart Amerikaans initiatief. Het Hillah SWAT-team op zich is groter dan het hele SWAT-programma. In januari 2005 had het al 500 man onder de wapens. Het SWAT-team werd op grote schaal gebruikt voor de counter-insurgency operaties. In een periode van 6 maanden voerde de 24ste mariniers eenheid "58 gezamenlijke invallen" uit met het team. Het gebruik van helikopters voor hun raids geeft aan dat de eenheden worden opgeleid als een gesofisticeerde strijdmacht. Het Hillah SWAT-team werd omschreven als "94 %" Shia.[73]
B. Britse terroristen in Irak
Een artikel in de Sunday Telegraph[74] van 02 april 2007 toont aan dat een geheime elite-eenheid van het Britse leger actief bezig is om Irakese “opstandelingen” en terroristen te rekruteren en te trainen als dubbelagenten. Dit gebeurt in de Green Zone. Britse Special Forces rekruteren en trainen “terroristen” om de etnische spanningen te verhogen. Een elite SAS vleugel, “Special Reconnaissance Regiment” (SRR), met een in bloed gedrenkt verleden in Noord-Ierland, opereert ongestraft en levert geavanceerde springstoffen[75]. Van sommige aanslagen worden dan Iran of Al Qaeda beschuldigd. Deze eenheid wordt geleid door Lt. Col. Gordon Kerr, die zijn sporen heeft verdiend in Noord-Ierland. “Undercover” VS soldaten staan hen bij. De eenheid wordt “Task Force Black” genoemd.[76]
Dit versterkt het vermoeden van vele waarnemers dat de Britse en Amerikaanse soldaten tot over hun oren verwikkeld zijn in bomaanslagen en aanslagen in Irak, die daarna worden toegeschreven aan Sunni opstandelingen, Iran, of één of andere terroristische groep zoals Al Qaeda.[77]
C. Facilities Protection Services.
Minister van Binnenlandse zaken Jawad Al-Bolani beschuldigde op 12 oktober 2006 de Facilities Protection Services (FPS) van standrechterlijke moorden. De FPS, een staat in de staat, een niet geregulariseerde gewapende macht van 150.000 à 200.000 man sterk, waarin alle huurlingen (contractors) zijn ondergebracht, werd opgericht door Paul Bremer III. De meest recente cijfers (2009) schatten hun aantal op 100.000. “Telkens we iemand aanhouden i.v.m. een moord, is het zelden iemand die tewerkgesteld is door het ministerie van defensie of binnenlandse zaken. De meesten blijken te werken voor het FPS”, aldus Al-Bolani.
Ook de vorige minister van Binnenlandse Zaken, Bayan Jabr, associeerde het FPS met de doodseskaders die opereren binnen de politie en die de desintegratie van Irak beogen.
D. De Special Police Commando’s
Volgens o.a. Greg Jaffe van de Wall Street Journal worden de “Special Police Commando’s”, die ressorteren onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken, overal in Irak ingezet en zijn zij verantwoordelijk voor de criminele moordoperaties, ook wel de “Salvador optie” genoemd, en dit met het volle medeweten en steun van de VS. Op het eind van 2003, toe het duidelijk werd dat de bevolking in opstand kwam tegen de bezetting, werd in het budget voor 2004 3 miljard dollar van de 87 miljard voorbehouden voor het creëren van milities en covert operations, m.a.w.: counter-insurgency oorlogsvoering. Negroponte, oud ambassadeur van Honduras die de vuile oorlogen overzag in Midden-Amerika in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd getransfereerd naar Irak en kreeg daar dezelfde taak toegewezen. De twee verantwoordelijken om een nieuwe politiemacht op te richten waren James Steele, die nog meegewerkt heeft aan het Phoenix programma in Vietnam en verantwoordelijk was voor de doodseskaders, de beruchte 4de Brigade in El Salvador, en Steven Casteel, een voormalig DEA topman die de Colombiaanse paramilitaire doodseskaders mee omkaderde.
In het geval van de 4de Brigade bijvoorbeeld was de toepassing van “death squads” tactieken bepalend om de guerrilla’s uiteindelijk te verslaan; voor anderen, zoals de Katholieke priester Daniel Santiago, had de aanwezigheid van mensen zoals Steele een heel andere betekenis:
“In El Salvador worden mensen niet zomaar gedood door doodseskaders. Ze worden onthoofd, waarna hun hoofden worden opgespiest en gebruikt om het landschap te vullen. Mannen worden door de Salvadoraanse politie niet enkel afgeslacht; hun afgesneden genitaliën worden in hun mond gestopt. Salvadoraanse vrouwen worden niet enkel door de Nationale Garde verkracht; hun baarmoeders worden uit hun lichaam gesneden en gebruikt om hun gezicht te bedekken. Het volstaat niet om kinderen te doden; ze woerden over prikkeldraad gesleept tot het vlees van hun botten valt, terwijl de ouders gedwongen worden toe te kijken. “ (Geciteerd door Chomsky)
Niet lang nadat deze heerschappen de Special Police Commandos hadden opgericht, bewapend en getraind, begonnen de verschrikkelijke slachtpartijen, die zoals hierboven vermeld opvallend veel gelijkenissen vertonen met de counter-insurgency operaties in Latijns-Amerika.
John Pace, mensenrechten chef voor de VN-missie in Irak (UNAMI), vertelde aan The Independent, toen hij Bagdad verliet in februari 2006, dat tot driekwart van de lijken opgestapeld in het mortuarium van de stad tekenen vertoonden van kogelwonden in het hoofd of letsel veroorzaakt door drilboren of brandende sigaretten. Veel van de moorden, zei hij, werden uitgevoerd door sjiietische milities onder de controle van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Veel van de politieagenten en politie-commando's onder controle van het ministerie blijken voormalige leden van de Badr Brigade te zijn. Niet alleen counter-insurgency-eenheden zoals de Wolf Brigade, de Scorpions en de Tijgers, maar de commando's en zelfs de Highway Patrol politie worden beschuldigd van op te treden als doodseskaders.[78]
Op 30 april 2006 schreef de Organisation for Follow-up and Monitoring: “Na exacte telling en documentatie, kunnen wij bevestigen dat 92% van de 3.498 lichamen die op diverse plaatsen in Irak werden gevonden, werden gearresteerd door politiemensen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Niets was geweten over het lot van deze arrestanten tot hun vreselijk toegetakelde, doorzeefde en gemartelde lichamen werden teruggevonden. Het is beschamend dat deze misdaden worden geminimaliseerd en dat er geen onderzoek gebeurt.”[79]
E. De bezettingstroepen.
Het Britse medisch tijdschrift “The Lancet” becijferde dat de invasie en bezetting van Irak tussen 426.000 en 794.000 Irakese slachtoffers heeft geëist (tot 2006). De grote meerderheid (92%) van deze doden zijn het resultaat van direct geweld. 31% van de slachtoffers waren gedood door de VS en coalitie-troepen. Vooral luchtbombardementen zouden verantwoordelijk zijn voor een groot aantal slachtoffers, maar ook extreme folteringen en vuurgevechten.[80]
Het Irakese Red Crescent, gelieerd met het Rode Kruis, beweert dat de VS troepen een grotere bedreiging vormen voor hun werk dan aanvallen door “opstandelingen”.[81]
Obama benoemde de meest verachtelijke persoon, generaal Stanley McChrystal, als hoofd van de militaire operaties in Afghanistan nadat deze McChrystal verschrikkelijke ravages aanrichtte in Irak tussen 2003-2008.
"In Irak, waar hij toezicht hield op geheime commando-operaties gedurende vijf jaar, zeggen voormalige intelligence-functionarissen dat hij een encyclopedische, zelfs obsessieve, kennis over het leven van terroristen had, en dat hij zijn eigen gelederen agressief pushte om zo veel mogelijk van hen te doden. "(En zoals we weten, het Iraaks verzet zijn de terroristen)
"Het meeste van wat generaal McChrystal heeft gedaan in zijn 33-jarige carrière blijft “classified”, met inbegrip van zijn dienst tussen 2003 en 2008 als commandant van het Joint Special Operations Command, een elite-eenheid, zo clandestien dat het Pentagon jarenlang geweigerd heeft om het bestaan ervan te erkennen."[82]
McChrystal is de “Dark Knight”, die de counterinsurgency-activiteiten heeft georganiseerd in Irak, burgeroorlog trachtte te initiëren en toezicht hield op de doodseskaders. "Ambtenaren van Obama’s administratie hebben de reorganisatie omschreven als een manier om een daadkrachtiger en meer creatieve benadering in de oorlog in Afghanistan te brengen."
Irakezen in de opstandige al-Anbar provincie ten westen van Bagdad
rapporteren regelmatig executies uitgevoerd door de Amerikaanse
strijdkrachten in wat volgens velen deel uitmaakt van een 'genocidaire'
strategie.
Bovendien
hebben bezettingstroepen tienduizenden onschuldige mensen opgesloten in een
poging om het verzet van het Iraakse volk tegen hun imperiale plannen te
breken.
Op 10 maart
2010 werd gemeld dat de VS bezettingsmacht in Irak meer dan 162.000 Iraakse
burgers hebben opgesloten in meer dan 50 gevangenissen en kampen met
inbegrip van 28 kampen gerund door de Amerikaanse bezettingsmacht, naast
vele geheime detentiecentra in Irak.
Het aantal
gedetineerden geregistreerd door het Internationale Rode Kruis bedraagt
ongeveer 71.000, de andere gevangenen zijn niet opgenomen door het IRC,
omdat ze worden vastgehouden in Amerikaanse detentiecentra waar de bezoeken
van het Rode Kruis-vertegenwoordigers worden geweigerd door de
bezettingstroepen. En duizenden krijgsgevangenen en oudere gedetineerden
worden al meer dan zes jaar opgesloten en vastgehouden in erbarmelijke
omstandigheden.[83]
Wat het
aantal strijdkrachten betreft die de veiligheid en stabiliteit zouden moeten
garanderen, hier zijn enkele recente cijfers (april 2010 - Brookings
Institution Washington)[84]
Het aantal
Iraakse veiligheidstroepen bedraagt 664.000; Amerikaanse troepen: 98.000;
Huurlingen: 100.000
Dus de
bezettingsmacht is zeker niet in Irak om de Iraakse bevolking te beschermen.
Wel integendeel. Ze terroriseren de bevolking via hun doodseskaders en
getrainde milities. In een opiniepeiling die in 2008 voor een consortium van
groepen onder leiding van ABC News werd uitgevoerd, zei 73 procent dat ze
zich verzetten tegen de aanwezigheid van coalitietroepen in Irak.
Eenenzestig procent zei dat de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Irak
de veiligheidssituatie in Irak nog erger maakt; slechts ongeveer een derde
zei dat de toename van troepen een positief effect heeft gehad op de
veiligheid.
Besluit: Voormelde actoren helpen om onder de bekwame leiding van de VS en de Britten, de soevereine staat Irak te vernietigen, een burgeroorlog te creëren, de bevolking te traumatiseren, te doden en op de vlucht te drijven, de middenklasse te decimeren en de minderheden uit te roeien.
F. Al-Qaeda in Irak.
Als we de
mainstream media moeten geloven, bestrijden de VS en het Iraakse leger deze
organisatie omdat ze verantwoordelijk is voor een groot deel van de
aanvallen op het leger en de bomaanslagen tegen de burgerbevolking. Maar
militaire bronnen vertelden de New York Times dat van de ongeveer 24.500
gevangenen in Amerikaanse detentiecentra in Irak (bijna alle van hen
soenneiten), slechts 1800, of ongeveer 7 procent, trouw claimt aan al-Qaeda
in Irak. Bovendien, de samenstelling van de gevangenen biedt geen bewijs
voor de veronderstelling dat grote aantallen buitenlandse terroristen,
leiders en hard-core elementen van AQI, actief zijn in Irak. In augustus
2007 hielden Amerikaanse troepen 280 buitenlanders opgesloten vreemdelingen
-iets meer dan 1 procent van de totale gevangenispopulatie.
Het State
Department’s Bureau of Intelligence and Research (INR), die verondersteld
wordt om de beste data te bezitten om uit de beschikbare inlichtingen
correcte evaluaties te maken, raamde het aantal strijders met een AQI
lidmaatschap op ongeveer "meer dan 1.000." Vergeleken met de raming door de
militairen van de totale omvang van het verzet - tussen de 20.000 en 30.000
full-time strijders – brengt dit het aantal AQI strijders op ongeveer 5
procent. In vergelijking met de veel grotere schattingen van
verzetsstrijders door de Iraakse inlichtingendienst -200.000 strijders – zou
volgens de INR-raming het aantal AQI strijders minder dan 1 procent
bedragen. In 2007 heeft het State Department zelfs schattingen verminderd,
omdat, volgens een officiële verklaring, " de beschikbare informatie te ver
uiteenloopt om met een consensus te bereiken over het correcte aantal."
Hoe groot
is dan AQI? De meest overtuigende schatting komt van Malcolm Nance, de
auteur van “The
Terrorists of Iraq”
die een 20 jarige ervaring heeft als intelligentie-officier en Arabisch
spreekt en die nog gewerkt heeft met militaire en inlichtingendiensten die
al-Qaeda in Irak opspoorden. Hij gelooft dat AQI ongeveer 850 full-time
strijders heeft, wat 2 tot 5 procent van de soennitische opstand
vertegenwoordigt. "Al-Qaeda in Irak", aldus Nance, "is een microscopisch
kleine terroristische organisatie."[85]
G. Criminele bendes.
De laatste groep die volledigheidshalve dient te worden vermeld in deze lijst zijn de ordinaire criminele bendes, die bv. ontvoeringen organiseren voor losgeld. Zij spelen evenwel een marginale, doch instrumentele rol in de huidige instabiliteit in Irak. Omdat deze misdrijven niet worden onderzocht krijgen de slachtoffers de indruk dat in het nieuwe democratische Irak het recht onbestaande is en dat het dus aangeraden is met de familie naar veiliger oorden te vluchten. Ik vernoem het banditisme en de ordinaire criminaliteit, die welig tieren, slechts aan het einde van deze lange rij, omdat dit de enige groep is die niet structureel verbonden zou zijn met de bezettingsmacht of de Vichy-regering. De ongelimiteerde straffeloosheid echter, waarmee criminelen onder het waakzaam oog van 750.000 ordehandhavers[86] en duizenden intelligence officers hun misdaden kunnen uitvoeren zonder angst om vervolgd te worden, doet het vermoeden rijzen dat de bezetter op zijn minst deze misdrijven laat gebeuren om zoveel mogelijk “creative chaos” te creëren, teneinde hun mandaat als bezetter te kunnen rechtvaardigen en voort te zetten.
Ondertussen is het duidelijk dat de Amerikaanse missie in Irak, die opgezet
was om een pro-Amerikaans model voor de regio en een bolwerk tegen
anti-Amerikaans militantisme te creëren, precies het tegenovergestelde heeft
bereikt. De nederlaag van Irak was bedoeld om te illustreren hoezeer de
vuurkracht van de VS de regio zou kunnen intimideren en de zogenaamde
"schurkenstaten" af te schrikken. In plaats
daarvan heeft het beleid uitgetekend door de neo-conservatieven, Israël en
de olieconcerns ironisch genoeg de macht van Iran versterkt, de enige
regionale macht om al die druk te weerstaan en nu de nieuwe "schurkenstaat"
wordt genoemd. De regionale status van Iran is gestegen op een manier die
onmogelijk was zonder deze achtergrond van mislukte imperiale politiek.
Mohammad Ali Abtahi, de Iraanse plaatsvervangend voorzitter voor juridische
en parlementaire zaken (tijdens de Conferentie "De Golf en toekomstige
uitdagingen", georganiseerd in Abu Dhabi, januari 2004 door het Emirate
Center for Strategic Researches and Studies) heeft duidelijk de rol van Iran
in de bezetting van Irak uitgelegd. "De val van Kaboel en Bagdad zou niet
gemakkelijk zijn geweest zonder de bijstand van Iran", zei Abtahi over
de rol van de Iraanse milities en inlichtingendienst in Irak en Afghanistan.
De Iraanse dreiging is nu imminent en pro-Amerikaanse autoritaire regimes in
Egypte, Saudi-Arabië en Jordanië hebben geholpen om dit te verwezenlijken.
Cultural Cleansing in Iraq: Why Museums Were Looted, Libaries Burned and Academics Assassinated) – Published by Pluto Press London
ISBN: 9780745328126
Extent: 312pp
Release Date: 06 Nov 2009
Table of Contents:
Dedication
Preface
Part I: Formulating and Executing the Policy of Cultural Cleansing
1 - Introduction
Raymond W. Baker (Trinity College, USA and the American
University in Cairo, Egypt)
Shereen T. Ismael (Carleton University, Canada)
Tareq Y. Ismael (The University of Calgary, Canada)
2 - Cultural Cleansing in Comparative Perspective
Glenn E. Perry (Indiana State University, USA)
Part II: Policy in Motion: Destroying the Past, Killing the Future
Part A: The Assault on Iraq's Incomparable History
3 - Archaeology and the Strategies of War
Zainab Bahrani (Columbia University, USA)
4 - The Status of Iraq's Archaeological Heritage: Report on the
Destruction of Archaeological
Sites, Museums and Historical Monuments in Occupied Iraq
Abbas Husainy (former Chairman of Iraq's State Board of
Antiquities and Heritage)
5 - Negligient Mnemocide and the Shattering of Iraqi Collective
Memory
Nabil Al Tikriti (University of Mary Washington, USA)
Part B: The Present and the Future
6 - Killing the Intellectual Class
Dirk Adriaensens (BRussells
Tribunal Executive Committee)
Max Fuller (Independent Researcher)
Dahr Jamail (Independent Journalist)
7 - The Purging of Minds
Philip Marfleet (University of East London, UK)
8 - Minorities in Iraq: The Other Victims
Mokhtar Lamani (Senior Fellow, Centre for International
Governance Innovation and Former Special Representative of the Arab League
in Iraq)
Part III: Appendices
Appendix I. Reflections on Death Anxiety and University Professors in
Iraq
Faris K. O. Nadhmi (The University of Baghdad)
Appendix II. List of Murdered Academics (BRussells
Tribunal)
About the Contributors
Index
[23] Source: U.S. Library of Congress (1988). http://countrystudies.us/iraq/38.htm
[24] http://gulfanalysis.wordpress.com/2010/01/08/why-ad-hoc-de-baathification-will-derail-the-process-of-democratisation-in-iraq/
[39] http://www.latimes.com/entertainment/news/la-et-sergio-20100506,0,6957231.story?track=rss&utm_source=feedburner&utm_medium=feed&utm_campaign=Feed%3A+latimes%2Fentertainment+%28Entertainment+News%29
[49] Times Higher Education Supplement 2003, http://www.brusselstribunal.org/academicsArticles.htm#weed-out
[52] Nabil al-Tikriti in “Cultural Cleansing in Iraq” p 98, http://www.plutobooks.com/display.asp?K=9780745328126&
[55] http://www.independent.co.uk/news/education/higher/iraqs-universities-are-in-meltdown-427316.html
[61] See “Cultural Cleansing in Iraq” Dirk Adriaensens pp 122-123
[67] http://gulfnews.com/news/region/iraq/dentist-claims-mossad-is-behind-scientist-killings-1.246101