Cultural Cleansing in Irak

 

Dirk Adriaensens (Lid van het Uitvoerend Comité van het BRussells Tribunal, 12 mei 2010)

De Irak-oorlog is illegaal volgens het Internationaal Recht

In de aanloop naar de invasie van Irak in 2003 werden verschillende redenen gegeven om een inval te rechtvaardigen.

Echter: 

A) Er waren geen massavernietigingswapens, zij het nucleaire, chemische of biologische, dit  in tegenstelling tot de loze beweringen van de VS Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in de VN Veiligheidsraad in februari 2003[1], beweringen die hij trouwens achteraf zelf "the lowest point in my life” noemde[2].

B) Er was evenmin een link met Al-Qaeda terroristen. 

C) Ten slotte werd gezegd dat de oorlog “democratie” in Irak zou brengen, een voorbeeld voor het ganse Midden-Oosten. De "dictator" Saddam moest worden verwijderd. Deze rechtvaardiging wordt nu nog steeds door Tony Blair gegeven in het Chilcot onderzoek als de belangrijkste reden om Irak binnen te vallen[3].

Er was m.a.w. geen “smoking gun”. Dit was een illegale aanvalsoorlog, er was geen goedkeuring van de Veiligheidsraad. De invasie kon niet worden gerechtvaardigd door hoofdstuk zeven van het Charter van de VN en gekwalificeerd als zelfverdediging, omdat Irak de Verenigde Staten niet aangevallen had en Irak ook geen acuut gevaar vormde. Er was dus geen rechtvaardiging voor deze zgn “preventieve oorlog”. Vooraanstaande Internationale personaliteiten, gezagsdragers en juristen hebben dit zeer duidelijk verwoord. O.a. Kofi Annan[4] - voormalig VN secretaris-Generaal - en Hans Blix[5] - hoofd van de wapeninspectiecommissie van de VN - hebben openlijk verklaard dat de Iraakse invasie illegaal was volgens het internationaal recht. Meer recent concludeerde het rapport van de Nederlandse Commissie Davids[6], dat “er geen adequaat volkenrechtelijk mandaat was voor de inval in Irak.

Ex-chef van het IAEA (Internationaal Atoomagentschap) Mohamed ElBaradei: “Zeker, er zijn dictators, maar bent u bereid om een miljoen onschuldige burgers op te offeren telkens U zich wil ontdoen van een dictator? Alle indicaties in het Chilcot onderzoek wijzen er op dat Irak niet echt ging over massavernietigingswapens, maar over de verandering van het regime, en ik blijf dezelfde vraag stellen - waar vind je het concept “regime change” terug in het internationale recht? En als de inval van Irak een schending van het internationaal recht is, wie draagt dan de verantwoordelijkheid?" El-Baradei vervolgt: “De politiek van het Westen ten aanzien van dit deel van de wereld is een volledige mislukking in mijn ogen. Het is niet gebaseerd op dialoog, begrip, ondersteuning van het maatschappelijk middenveld en de empowerment van personen, maar het is gebaseerd op het ondersteunen van autoritaire regimes zolang de olie maar blijft stromen." [7]

VS hoofdaanklager van de Einsatzgruppen op de Neurenberg processen Benjamin Ferencz: "De Verenigde Naties hebben een bepaling die nog zelf na de Tweede Wereldoorlog door de VS werd geformuleerd. Die bepaling zegt dat van nu af aan geen enkele natie geweld mag gebruiken zonder de toestemming van de VN Veiligheidsraad. Geweld mag wel gebruikt worden uit zelfverdediging, maar een land kan geen geweld gebruiken anticiperend op zelfverdediging. Wat Irak betreft: de laatste resolutie van de Veiligheidsraad zei in wezen: 'Kijk, breng de wapeninspecteurs uit Irak terug en laat ze ons vertellen wat ze hebben gevonden - dan zullen we uitzoeken wat we gaan doen’. Maar de VS regering was ongeduldig en besloot om Irak binnen te vallen - dat was allemaal vooraf geregeld natuurlijk. Dus, de Verenigde Staten vielen Irak binnen in strijd met het Handvest."[8]

En laten we tenslotte het oordeel van het Internationaal Militair Tribunaal in Neurenberg, Duitsland 1946, in herinnering brengen: "To initiate a war of aggression, therefore, is not only an international crime; it is the supreme international crime differing only from other war crimes in that it contains within itself the accumulated evil of the whole."[9] 

Vanaf de ondertekening van het Verdrag van Westfalen in 1648[10], tot 1945, toen de Verenigde Naties werden opgericht, hadden soevereine staten in het Westen het recht om de oorlog te verklaren. Er waren wel bepaalde grenzen die zij zichzelf hadden gesteld over de wijze waarop de oorlog zou worden gevoerd, maar het recht zelf werd nooit betwist.

Het was juist omdat dit beginsel uiteindelijk leidde tot WOII, dat de VN besloot om oorlog te verbieden. Het is een staat niet toegelaten om een andere staat aan te vallen. Het is alleen toegestaan om zich te verdedigen.

Zelfs indien Irak een imminente bedreiging zou hebben gevormd, is volgens het internationale recht de Veiligheidsraad van de VN het enige orgaan dat bevoegd om te reageren op een dergelijke daad van agressie
[11]. Bovendien kan de VN als dusdanig geen oorlog voeren; evenwel is het toegestaan om in te grijpen, maar alleen met een beperkt en tijdelijk mandaat.

Dit principe is het fundamentele beginsel van polycentrisme of multi-polariteit: een mondiaal systeem waarin de fundamentele rechten van naties en personen worden gerespecteerd. En het is precies dit principe dat werd verworpen in het Neoconservatief beleid van het Project For The New American Century (PNAC)
[12]. Helaas, een dergelijke afwijzing van dit principe roept ongelukkige vergelijkingen op: de laatste persoon die schaamteloos de idee verwierp dat internationale betrekkingen moeten worden geregeld door de wet was een man genaamd Hitler. Net als de PNAC begon hij met het opschrijven van zijn ideeën in Mein Kampf, alvorens over te gaan tot het in praktijk brengen van deze ideeën. Wat we aldus zagen was een herhaling van dit patroon: eerst wordt het internationaal recht genegeerd in theorie, en dan wordt die theorie in praktijk gebracht. Een uiterst gevaarlijke ontwikkeling.

Tijdens het debat over de Irak-oorlog, dat plaatsvond in de VN-Veiligheidsraad, drong de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Dominique de Villepin
[13], erop aan dat de wet moest worden gerespecteerd, en dat dus, aangezien er geen sprake was van een daad van agressie, er geen oorlog kon worden gevoerd tegen Irak in de toenmalige omstandigheden. Colin Powell's antwoord op de Villepin was: "U behoort tot het verleden". Maar Powell was verkeerd. De Villepin behoort tot het heden, en de toekomst. Het is Colin Powell die behoort tot het verleden - tot de wereld voor 1945, een wereld die Hitler heeft voortgebracht. Het zijn de Verenigde Staten die de geschiedenis terugdraaien. We worden geconfronteerd met een fundamentele politieke vraag: willen we dat de wereld geregeerd wordt zonder regels, zoals het was in het verleden? Of willen we dat de wereld wordt geregeerd door rechtsregels?[14]

Natuurlijk kunnen deze regels worden veranderd en aangepast, en de instellingen die de verantwoordelijkheid hebben om deze regels af te dwingen zouden misschien moeten of kunnen worden hervormd. Maar de centrale kwestie die ter discussie staat is de fundamentele vraag of er überhaupt internationale rechtsregels nodig zijn. Moet er zoiets bestaan als het internationale recht? Of willen we dat de Pax Americana een Lex Americana wordt: dat wil zeggen, een wereld waarin er geen wetten bestaan, alleen diegene die door de Verenigde Staten worden erkend? Als dat zo is zal dit leiden tot de volledige miskenning van de rechten van alle volkeren op deze planeet. Landen en volkeren zullen het recht hebben om te overleven in de mate dat ze niet in conflict komen met zogenaamde "Amerikaanse belangen", die niet de belangen zijn van het volk van de Verenigde Staten, maar van een minderheid van dominante economische groepen.

Wat waren dan de werkelijke redenen van de regering Bush om Irak binnen te vallen en het land te bezetten? Men kan men vijf mogelijke doelstellingen voor de invasie in Irak onderscheiden:

 1. Omwille van strategische geopolitieke redenen[15].

2. Om de hand te kunnen leggen op de oliereserves van een land dat de 2de bewezen oliereserves ter wereld heeft (wat bv. Alan Greenspan, ex chairman of the Federal Reserve zelfs volmondig heeft toegegeven[16]).

 3. Om de veiligheid en de regionale aspiraties van Israël te garanderen en te bevorderen[17].

 4. Ter bescherming van de dollar, de “oil currency”, als internationaal betaalmiddel.[18]

 5. Om te ontsnappen aan een binnenlandse economische crisis door middel van massale productie en het gebruik van wapens en militair materieel.[19]

De ontmanteling van de Iraakse staat

Enkele dagen na de verwoestende aanslagen van 9 / 11 verklaarde vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz dat “het beëindigen van landen die het terrorisme steunen
[20] een belangrijk aandachtspunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid zou worden. Irak werd bestempeld als een "terroristische staat" en dus klaar voor “beëindiging”. President Bush duidde Irak aan als de frontlinie van de wereldwijde oorlog tegen terreur. Amerikaanse troepen zijn Irak binnengevallen met de uitdrukkelijke bedoeling om de Iraakse staat te ontmantelen. Na de Tweede Wereldoorlog was de aandacht van de politieke en sociale wetenschappen vooral gericht op “Nation building” en het opstellen van ontwikkelingsmodellen. Er is weinig geschreven over staatsvernietiging en de-development. We kunnen nu, na 7 jaren oorlog en bezetting, met grote zekerheid stellen dat de vernietiging van de Iraakse staat een bewuste doelstelling was van het beleid van de VS.

De gevolgen in menselijke en culturele termen van de vernietiging van de Iraakse staat zijn enorm: met name de dood van meer dan 1,3 miljoen burgers
[21]; de vernietiging van de sociale infrastructuur, waaronder elektriciteit, drinkwater en riolering en de openbare instellingen, de doelgerichte moorden op academici en professionals, ongeveer 2,5 miljoen binnenlandse ontheemden en 2.764.000 vluchtelingen tot en met 2009[22]. Al deze verschrikkelijke verliezen worden nog verergerd door ongekende niveaus van culturele verwoesting, aanvallen op de nationale archieven en monumenten die de historische identiteit van het Iraakse volk vertegenwoordigen. Ongebreidelde chaos en geweld belemmeren inspanningen voor de wederopbouw, waardoor de fundamenten van de staat Irak in puin zijn. De meerderheid van de westerse journalisten, academici en politici hebben geweigerd om de dodentol en de culturele vernietiging op zo'n grote schaal te erkennen als volledig voorspelbare gevolgen van de Amerikaanse bezettingspolitiek. Het idee wordt beschouwd als ondenkbaar, ondanks de openheid waarmee dit doel werd nagestreefd.

Het is tijd om het ondenkbare te denken. De door de VS geleide aanval op Irak dwingt ons na te denken over de betekenis en de gevolgen van de vernietiging van de staat als een beleidsdoelstelling. De architecten van het Irak-beleid hebben nooit expliciet geduid wat deconstructie en reconstructie van de Iraakse staat met zich mee zou brengen; hun acties maken echter de bedoelingen duidelijk. Uit hun acties in Irak kan een vrij nauwkeurige definitie van staatsbeëindiging worden gelezen. De campagne om Irak te vernietigen startte met het afzetten en vermoorden van het wettelijke staatshoofd Saddam Hoessein en leidende figuren uit de Baath partij. Echter, de vernietiging van de staat ging verder dan regime change. Ook de doelgerichte ontmanteling van grote overheidsinstellingen, de ontbinding van het Iraakse leger en politionele diensten en het lanceren van een langdurig proces van politieke hervorming maken deel uit van dit proces.

Hedendaags Irak vormt een gefragmenteerde pastiche van sektarische krachten in een zogenaamd liberale democratie met neo-liberale economische structuren. Een verdeel-en-heers techniek wordt toegepast om cultureel samenhangende gebieden te fragmenteren en te onderwerpen. Het regime geïnstalleerd door de bezettingsmacht in Irak heeft het land hervormd langs sektarische lijnen: het ontbinden van de hard bevochten eenheid van een lang project van staatsopbouw. Dit resulteerde in een beleid van etnische zuiveringen.

Over sektarisme

80% van de Iraakse bevolking zijn Arabieren, en 95% van hen zijn moslims. Sinds de onafhankelijkheid van Irak in 1920 tot 2003 had Irak nooit sektarische conflicten, in tegenstelling tot bv. Libanon en Turkije. Van de verschillende premiers die aantraden tussen 1920 en 2003, waren er 8 sjiieten en 4 Koerden. Van de 18 militaire stafchefs waren er 8 Koerden. Wat de Baath-partij zelf betreft, waren de meerderheid van de leden Shia. Van de 55 mensen op de wanted-lijst (deck of cards), door de bezettingsmacht gepubliceerd, waren er 31 sjiieten. Dus wat de bezettingmachten introduceerden was nieuw voor Irak: etnische zuiveringen. Ze begonnen eerst met sjiieten tegen soennieten tegen elkaar op te zetten, daarna soennieten tegen Sjiieten, en nu oogsten ze wat ze hebben gezaaid.

"Hoewel de sjiieten waren ondervertegenwoordigd in de regering in de periode van de monarchie, hebben ze aanzienlijke vooruitgang geboekt in het onderwijs, het bedrijfsleven, en op juridisch gebied. Hun vooruitgang op andere terreinen, zoals in de oppositiepartijen, was zo groot dat in de jaren 1952 tot 1963, voordat de Baath-partij aan de macht kwam, sjiieten de meerderheid van de partijleiding vormden. Waarnemers geloven dat in de late jaren 1980 sjiieten waren vertegenwoordigd op alle niveaus van de partij, ongeveer in verhouding tot de overheidsschattingen van hun aantal in de populatie. Bijvoorbeeld, van de acht Iraakse leiders, die in het begin van 1988 met Hussein in de Revolutionaire Commando Raad zaten - het hoogste politieke orgaan in Irak - waren er drie Arabische sjiieten (van wie één had gefungeerd als minister van Binnenlandse Zaken), waren er drie Arabische soennieten, één was een Arabische christen, en één was een Koerd. In de Regionale Commando Raad - het beslissingsorgaan van de Baathpartij - overheersten de sjiieten. Tijdens de oorlog met Iran werden een aantal zeer competente Shia officieren gepromoveerd tot korpscommandanten. De generaal die de eerste Iraanse invasies van Irak in 1982 afweerde was een Sjiiet. "
[23]

De Noorse
Irak commentator Reidar Visser heeft het over een "selective de-Ba'athification" proces in Irak. "Het is een historisch feit dat miljoenen sjiieten en soennieten hebben samengewerkt met het oude regime, en het waren bijvoorbeeld sjiitische stammen die de 'sjiitische "rebellie in het zuiden in 1991 hebben neergeslagen. Toch hebben de ballingen die terugkeerden naar Irak na 2003 geprobeerd om een kunstmatig narratief te ontwikkelen waarin de erfenis van pragmatische samenwerking met het Baath-regime niet wordt behandeld op een systematische en neutrale wijze, maar in plaats daarvan gepoogd wordt om politieke tegenstanders (vaak soennieten) als "Baathists" uit te schakelen en zwijgend politieke vrienden te coöpteren (vooral als ze toevallig sjiieten zijn), zonder vermelding van hun banden met de Baath-partij. Het resultaat is een hypocriete en sektarische aanpak van de hele kwestie van het de-Baathification proces dat een nieuw Irak zal creëren op wankele fundamenten. Zo bijvoorbeeld hebben de Sadristen het voortouw genomen in de agressieve de-Baathification campagne, maar het is bekend dat veel Sadristen in feite banden hadden met de Baath-partij in het verleden.”
[24]

Staatsvernietiging als oorlogsdoel

Op parallelle wijze hebben de bezetters de nationale en staats-georiënteerde economie herontworpen om te voldoen aan een extreem neo-liberaal model van de markt, gekenmerkt door privatiseringen en de opening van de fragiele markt voor buitenlands kapitaal, vooral Amerikaans. Nergens is dit duidelijker dan in de ontmanteling van de nationale industrie van Irak
[25]. Maar dat is niet alles. De verschrikkingen van de culturele vernietiging en gerichte moordaanslagen in Irak worden voor het grootste deel nog steeds louter beschouwd als een gevolg van oorlog en sociale onrust. In het mainstream verhaal worden het verlies van het Iraaks cultureel erfgoed en de vele moorden nog steeds beschouwd als "collateral damage".

Dergelijke opvattingen verbergen meer dan ze onthullen. Weinigen stellen in vraag dat nation-building een integrale culturele en menselijke dimensie heeft. Zo ook staatsvernietiging. Om opnieuw gemaakt worden, moet een staat worden gekneed naar de belangen van de overheerser. Belemmeringen voor dit doel in Irak waren een indrukwekkend legertje intelligentsia die zich inzetten voor een ander, meer staats-georiënteerd maatschappelijk model en een gemeenschappelijke cultuur hadden. De doelbewuste politiek van “state-ending” had verwoestende culturele en menselijke gevolgen. Beëindigen en hermaken zijn inherent gewelddadig processen. Nation-building impliceert een voorafgaand proces van Nation destruction.

Uit de acties van de bezetters blijkt dat zij wel begrepen hadden dat de creatie van het nieuwe Irak de bevrijding uit de greep van de bestaande intelligentsia en cultuur van een verenigd Irak vereiste. Staatsvernietiging in Irak betekent dus meer dan “regime change” en politieke en economische herstructurering. Het vereist ook culturele zuivering: het afbouwen van een verenigende cultuur en de uitsluiting van de intelligentsia verbonden aan de oude orde. Hoe hebben zij dit bereikt? Grotendeels door passief toe te kijken en niets te doen. De bezetters hebben een klimaat van wetteloosheid bevorderd en gelegitimeerd, met als geheel voorspelbaar gevolg de verzwakking van een verenigende cultuur en de eliminatie van de intelligentsia die de openbare instellingen van Irak bemanden.

De vele verhalen over incompetente planning en "collateral damage" in de context van een wereldwijde oorlog tegen het terrorisme hebben ertoe geleid dat de idee van de opzettelijkheid van de culturele vernietiging en de gerichte moorden op zo’n grote schaal nog steeds onbespreekbaar is in het mainstream denken.

Maar bij aanvang van de bezetting reeds beloofden de politieke leiders van de bezettingsmacht een nieuwe start voor de Iraakse samenleving. Voor de Anglo-Amerikaanse invasie van Irak in maart 2003, beloofden een aantal hoge functionarissen in de Bush regering een volledige hervorming van de Iraakse samenleving om “democratie” en “vrijheid”
[26] te brengen en een "Nieuw Midden-Oosten" te installeren[27]. Niet verwonderlijk dus dat het creëren van iets nieuws noodzakelijkerwijs de vernietiging inhoudt van wat daaraan voorafging. Hoe ambitieuzer de schepping, hoe extremer de vernietiging. Michael Ledeen, één van de drijvende krachten achter de filosofische neoconservatieve beweging, schreef in een invloedrijk essay in de National Review Online: "Creative destruction is our middle name. We do it automatically ... it is time once again to export the democratic revolution."[28] Uit citaten van het werk van deze onderzoeker van de conservatieve American Enterprise Institute blijkt een reeks van eigenaardige overtuigingen over de Amerikaanse houding ten opzichte van geweld: "Change -- above all violent change -- is the essence of human history",[29] "the only way to achieve peace is through total war". "Every ten years or so, the United States needs to pick up some small crappy little country and throw it against the wall, just to show the world we mean business". "We are a warlike people (Americans)...we love war" [30]

Volgens William Kristol, een andere PNAC ideoloog, zijn er voor de VS enkel maar redenen tot optimisme
[31]. Immers, bijna alle doelstellingen die waren gepland, zijn bereikt: Irak is vernietigd, er is totale controle over het land, er zijn permanente militaire basissen, de grootste Amerikaanse ambassade in de wereld, massale privatiseringen - zelfs de landbouw is in handen van Monsanto[32] -, een nieuwe grondwet werd opgesteld[33], gecontroleerd door de VS, en de olie-wet is goedgekeurd[34].

Ironisch genoeg maakt de onbelemmerde ideologische context waarbinnen Irak werd binnengevallen het makkelijker om daadwerkelijk tegen het mainstream denken in te gaan dat dit beleid van culturele vernietiging negeert. State-ending in Irak was expliciet bedoeld om een leerzaam effect te hebben. De invasie van Irak had als hoger doel om aan te tonen hoe onaanvechtbaar en ongebreideld de “shock and awe” van de Amerikaanse macht zou zijn voor al degenen die de VS in de weg stonden
[35]. Een massaal aantal slachtoffers en culturele verwoesting waren aanvaardbaar, zo niet ronduit gewenst. "the level of casualties (in Iraq) is secondary"[36]. "We don't do body counts," zei Gen. Tommy Franks, die de Irak-invasie leidde[37]. Om de demonstratie van de kracht van de enige supermacht  aan te tonen waren de doden en plunderingen de meest in het oog springende voorbeelden. Tegelijkertijd traden de ideologische krachten die deze wel omschreven doelstellingen van state-ending formuleerden in het voetlicht. De echte motieven voor de aanval werden bedolven onder een discours van 'war on terror' en ‘bevrijding’. Het was belangrijk dat om een voorbeeld te stellen de aanval zelf en de ravage zo volledig mogelijk zouden zijn. Er bestaat geen twijfel over wie deze ideologische krachten waren, ongeacht de peptalk die hun bedoelingen verdoezelde. Het ideologisch gedreven doel van state-ending was een samenloop van diverse actoren: de Amerikaanse neo-conservatieven en hun imperiale ambities, Israëlisch expansionisme en zijn streven naar regionale dominantie en Westerse multinationals en hun niet-aflatende zoektocht om de controle van de Iraakse olie te heroveren.

Jay Garner, Sergio Vieira de Mello en Paul Bremer III

In 2003 werd Jay Garner aangeduid om de naoorlogse wederopbouw in Irak leiden. Toen Garner op 11 mei 2003 werd vervangen door pro-consul Paul Bremer III, de voormalige directeur van Kissinger Associates, waren er nogal wat speculaties over zijn plotse vervanging. Er werd gesuggereerd dat Garner opzij werd gezet omdat hij het niet eens was met het Witte Huis over de vraag wie de reconstructie zou leiden. Hij wilde ook onmiddellijk vervroegde verkiezingen - 90 dagen na de val van Bagdad, en een nieuwe regering om te beslissen hoe het land zou moeten worden geleid. Garner zei: "Ik denk niet dat de Irakezen zich moeten laten leiden door de VS-plannen, ik denk dat we een vrij verkozen Iraakse regering nodig hebben, die de wil van het volk vertegenwoordigt. Het is hun land ... hun olie."[38]

Braziliaanse diplomaat Sergio Vieira de Mello werd vermoord op 19 augustus 2003, nadat een bomvrachtwagen ontplofte vlak buiten zijn kantoor bij het VN-hoofdkwartier in Bagdad, De Mello werd aangeduid als VN-secretaris-generaal voor Irak om toe te zien op een snel einde van de Amerikaanse bezetting. Hij steunde de oorlog niet en was van plan om een verklaring af te leggen die de coalitie veroordeelde voor het gebruik van buitensporig geweld. Hij had alle bescherming van tanks en soldaten voor de poort van zijn hoofdkwartier bij het Canal Hotel weggestuurd, omdat hij zei dat hun aanwezigheid leek op Amerikaanse controle van de Verenigde Naties, iets waar hij fors tegen protesteerde.[39] Hij was een fervent tegenstander van de beruchte Bremer’s orders[40] die de ganse politieke en economische structuren van het land zouden wijzigen onder de bezetting.

 Wijziging van fundamentele wetten in een bezet land is illegaal volgens het internationaal recht. Het schendt alle internationale verdragen inzake het gedrag van de bezetter, zoals voorgeschreven in The Hague regulations van1907 (de voorganger van the Geneva Conventions van 1949 en geratificeerd door de Verenigde Staten), evenals de eigen code van het Amerikaanse leger, zoals vermeld in de Army field manual "The Law of Land Warfare." Artikel 43 van The Hague regulations bepaalt dat een bezettende macht " zoveel mogelijk de openbare orde en veiligheid moet herstellen en verzekeren, en de geldende wetgeving in het land moet respecteren, tenzij dat wordt verhinderd." Resolutie 1483 van de VN-Veiligheidsraad van mei 2003 verzoekt de bezettingsmachten de The Hague regulations en de Conventie van Genève in Irak te respecteren.”[41]

 Deze voorbeelden maken duidelijk dat de VS wel omschreven plannen hadden voor Irak en dat iedereen die gekant was tegen die plannen werd opzij gezet.

De plundering van het Iraakse cultureel erfgoed

Met een goed begrip van het ideologisch gedreven doel van de ontmanteling van de Iraakse staat voor ogen, kan een overzicht worden gemaakt van de culturele en menselijke kost van het beleid zoals dit kan worden vastgesteld in de feiten op het terrein. De omvang van de vernietiging en het systematisch karakter ervan kunnen onmogelijk verklaard worden als een reeks van onvoorziene, en / of tragische ongelukken. Naar onze mening komen de moorden en de vernietiging voort uit de inherent gewelddadige doelstelling van het beleid om Irak te hermaken in plaats van te hervormen.

Nu de bescherming van de staat was opgeheven en de opgeleide middenklasse verwijderd, waren de culturele rijkdommen van Irak een gemakkelijk doelwit. De militaire aanval van de VS-geleide troepenmacht tegen de Iraakse staat, die al verzwakt was door twaalf jaar economische sancties, viel samen met een multi-dimensioneel patroon van culturele zuivering. Deze zuivering begon in de zeer vroege dagen van de invasie, met het op grote schaal plunderen van alle symbolen van de Iraakse culturele identiteit. Musea, archeologische sites, paleizen, monumenten, moskeeën, bibliotheken, ministeries en alle sociale centra leden onder plundering en verwoesting. Dit gebeurde onder het waakzame oog van de bezettingstroepen. Amerikaanse troepen in Bagdad bewaakten zeer zorgvuldig het Iraakse olie-ministerie, alsook het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waar mogelijk compromitterende gegevens over het veiligheidsapparaat van Saddam werden bewaard.

We weten nu dat duizenden culturele artefacten verdwenen tijdens "Operation Iraqi Freedom", onder het gezag van de VS. Niet minder dan 15.000 Mesopotamische artefacten van onschatbare waarde verdwenen uit het Nationaal Museum in Bagdad, en vele andere van de 12.000 archeologische sites lieten de bezetters onbewaakt. Terwijl het museum werd beroofd van haar historische collectie, werd de Nationale Bibliotheek, die de continuïteit en de trots van de Iraakse geschiedenis bewaarde, opzettelijk vernield. Bezettingsautoriteiten namen geen maatregelen om de belangrijkste culturele bezienswaardigheden te beschermen, ondanks de waarschuwingen van de internationale specialisten. Volgens een recente update over het aantal gestolen artefacten door Francis Deblauwe, een archeoloog en deskundige over Irak
[42], blijkt dat niet minder dan 8.500 objecten nog steeds ontbreken, alsook 4,000 artefacten die in het buitenland werden opgespoord, maar nog niet terug in Irak zijn.

De houding van de VS-geleide troepenmacht tegenover deze plundering was, op zijn best, onverschilligheid en erger.

Het falen van de VS om zijn verantwoordelijkheden krachtens het internationale recht te nemen en beschermende maatregelen te nemen, werd nog verergerd door grove directe acties die in ernstige mate het Iraakse culturele erfgoed beschadigden. Sinds de invasie in maart 2003 heeft de VS geleide troepenmacht ten minste zeven historische locaties omgevormd tot basissen of militaire kampen, met inbegrip van UR, een van de oudste steden van de wereld en de geboorteplaats van Abraham
[43], met inbegrip van de mythische Babylon waar een Amerikaanse militair kamp onherstelbare schade heeft toegebracht aan de oude stad.[44]

Het wissen van het collectieve geheugen

Dergelijke massale culturele vernietiging heeft een verwoestende uitwerking op twee verschillende niveaus. Het eerste heeft betrekking op de gehele mensheid vanwege de unieke herkomst van Irak’s artefacten en monumenten die op een goed gedocumenteerde, concrete wijze een ongeëvenaard gevoel van de continuïteit van de menselijke beschaving optekenen in dit unieke land. Het tweede niveau is van cruciaal belang voor het Iraakse volk en zijn historische identiteit, gevormd door de manier waarop ze hun eigen geschiedenis begrijpen. Geheugen in al zijn vormen, persoonlijk, cognitief en sociaal, biedt de imaginaire infrastructuur van identiteit, zowel op individueel als op sociaal niveau, nationaal of subnationaal. Geheugen roept emotioneel geladen beelden en verlangens op, die een link vormen tussen het verleden en de toekomst via het heden door middel van de herinnering. Echter, het geheugen is sterfelijk in twee opzichten: ten eerste sterft het met het lichaam, ten tweede verandert het door vergetelheid. Vandaar dat geheugen, zij het persoonlijk of maatschappelijk geheugen, actief moet worden gehandhaafd om  maatschappelijke relevantie en continuïteit te verzekeren die het verleden aan de toekomst geeft. Het behoud van het geheugen is de functie van musea en historische monumenten. Het Nationaal Museum van Irak is geobjectiveerd geheugen, niet alleen van de Mesopotamische bakermat van de beschaving, maar ook voor het Iraakse volk. Het Nationaal Museum van Irak vormt getuige van de duurzaamheid en de continuïteit van een cultuur en een natie sinds mensenheugenis, evenals de archeologische vindplaatsen en monumenten. Zonder een kader voor het collectieve geheugen is er geen enkele manier tot uitdrukking van het individueel geheugen. Individueel geheugen heeft de context nodig van de groepsidentiteit die onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis en culturele artefacten waarvan het Nationaal Museum van Irak, de Nationale Bibliotheek en archeologische sites de tastbare getuigen zijn. Wat de bedoelingen van de bezetter ook waren, de feitelijke gevolgen van het beleid in post-invasie Irak kunnen worden gekarakteriseerd als de vernietiging van het culturele geheugen.

Deze uitwissing van het verleden en de ondermijning van de hedendaagse sociale verworvenheden in het bezette Irak verhinderen eveneens een zinvolle toekomst. Irak wordt overgeleverd aan de desintegrerende krachten van sektarisme en regionalisme. Irakezen, ontdaan van hun gemeenschappelijk erfgoed en nu moeten leven in de ruines van ooit moderne sociale instellingen van een coherente en eengemaakte duurzame samenleving, zijn overgeleverd aan de krachten van burgeroorlog, sociaal en religieus atavisme en wijdverbreide criminaliteit. Iraaks nationalisme dat groeide door een langdurig proces van staatsopbouw en sociale interactie wordt thans afgebroken. Het dominante discours beweert ten onrechte dat sektarisme en etnisch chauvinisme altijd de basis hebben gevormd van de Iraakse samenleving, en steeds opnieuw wordt de destructieve mythe herhaald van een eeuwenoude strijd zonder oplossing, waarvoor de overheersers geen verantwoordelijkheid dragen.

Vernietiging van sociale instellingen

Gelijktijdig met de verwoesting van zoveel historische schatten van Irak werden eveneens de sociale en culturele instellingen van Irak vernietigd: het gezondheidssysteem, het kadaster van onroerende goederen, de burgerlijke stand… Het is bv. zeer moeilijk om in het huidige Irak je identiteit en je eigendomsrecht te bewijzen. Irak’s onderwijssysteem, eens geroemd als het meest vooruitstrevende in de regio
[45], heeft erg geleden onder een proces van destructie en ontmanteling. Volgens een rapport van de United Nations University International Leadership Institute in Jordanië, werden ongeveer 84% van Irak's instellingen voor hoger onderwijs in brand gestoken, geplunderd of vernietigd.[46] Zo’n 2.000 labaratoria moeten opnieuw worden heringericht en 30.000 computers moeten worden aangekocht.[47]

Op 11 april 2003 stuurden een aantal Iraakse wetenschappers en professoren een SOS e-mail om aan te klagen dat de Amerikaanse bezetters hun leven bedreigden. De oproep vermeldde nog dat plunderingen en overvallen plaats vonden onder het toeziend oog van de bezettingsmacht.
[48]
 
Deze soldaten, vervolgde de email, vervoerden benden naar de wetenschappelijke instellingen, zoals Mosul Universiteit en verschillende onderwijsinstellingen, om de centra voor wetenschappelijk onderzoek te vernietigen en alle papieren en documenten in beslag te nemen teneinde elke Iraakse wetenschappelijke renaissance in de kiem te smoren.

De e-mail wees er ook op dat de bezettingsmacht lijsten had opgesteld met de namen, adressen en specialiteiten van de Iraakse wetenschappers om de intimidatie door gangs te vergemakkelijken in de chaos en anarchie die ontstond na de val van het Iraakse regime op 9 april 2003.

"Zoals de meeste instellingen voor hoger onderwijs in heel Irak, kwam Bagdad Universiteit vrijwel ongedeerd uit de bombardementen. In de daaropvolgende plunderingen en branden, werden 20 van de universiteiten van de hoofdstad vernietigd. Geen enkele instelling ontsnapte aan de vernielingen: de faculteit van het onderwijs in Waziriyya werd dagelijks overvallen gedurende twee weken; de veterinaire hogeschool in Abu Ghraib verloor al haar apparatuur; rookwolken waren zichtbaar boven twee gebouwen in de faculteit voor schone kunste. In elke school, in elk klaslokaal, kan je "onderwijs" schrijven in het stof op de tafels.”
[49]
 
Aanhoudend geweld heeft de vernietiging teweeggebracht van de schoolgebouwen en ongeveer een kwart van alle basisscholen moet worden heropgebouwd. Sinds maart 2003 werden meer dan 700 basisscholen gebombardeerd, 200 werden verbrand en meer dan 3.000 geplunderd.
[50]
 
Tussen maart 2003 en oktober 2008 werden 31.598 gewelddadige aanvallen tegen onderwijsinstellingen gemeld in Irak, volgens het ministerie van Onderwijs (MOE).
[51]

John agresto, die belast was met het ministerie van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek in de periode 2003-2004, geloofde dat de plundering van de Iraakse universiteiten een positieve daad was omdat dit de onderwijsinstellingen in staat zou stellen om opnieuw te beginnen met een schone lei, met de nieuwste apparatuur evenals een gloednieuwe curriculum. Dit leerplan verwijderde elke kritiek op het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten, alsmede verwijzingen naar zowel de golfoorlog in 1991 en het illegale Israëlische beleid in de bezette Palestijnse gebieden.
[52]

Iraakse academische instellingen, ooit toonaangevend in de Arabische wereld, waren instrumentaal in het creëren van een sterke Iraakse nationale identiteit na jaren van kolonisatie. De virtuele instorting van de educatieve infrastructuur van Irak heeft het land ontdaan van het cement dat gediend heeft om een verenigende geschiedenis te creëren voor de Iraakse natie.

Van bij de aanvang van de bezetting is er naast migratie door de chaos van de oorlog nog een andere zorgwekkende evolutie. De brains van een verenigd Irak worden uitgeschakeld in wat alle kenmerken bezit van een systematische campagne van gerichte moordaanslagen. De decimering van de professionele rangen vond plaats in het kader van een algemene aanval op de middenklasse van Irak, waaronder artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en religieuze leiders.
De moderne Iraakse opgeleide middenklasse, van vitaal belang nu en in de toekomst om de staat te leiden, de economie, en de Iraakse cultuur te ontwikkelen, wordt gedecimeerd. Na de systematische moorden, detentie, militaire raids en belegeringen, bedreigingen en discriminatie, heeft de meerderheid van wat er nog van die klasse restte het land verlaten. Het ontbreken van deze middenklasse heeft geresulteerd in de instorting van alle openbare diensten in de gehele Iraakse samenleving.
[53]

De New York Times meldde op 7 februari 2004 dat honderden intellectuelen en mid-level beheerders vermoord waren sinds mei 2003 in wat Iraakse officiële bronnen omschrijven als een steeds groter wordende campagne tegen de professionele klasse van Irak.
[54]
"Ze zijn uit op onze brains", zei luitenant-kolonel Jabbar Abu Natiha, hoofd van de georganiseerde misdaad eenheid van de politie in Bagdad. "Het is een grote operatie. Misschien zelfs een beweging."

Amerikaanse en Iraakse functionarissen zeggen dat er geen cijfermateriaal beschikbaar is voor alle vermoorde professionals. Maar Lt Akmad Mahmoud, van de politie in Bagdad, zei dat er "honderden"  professionals gedood zijn in Bagdad. Volgens Bagdad-gemeenteraadslid Saadi, die nauw samenwerkt met de politie, wordt het aantal op van 500 tot 1.000 geraamd.

The Independent vermeldde op 7 december 2006 dat meer dan 470 academici werden gedood. "Gebouwen zijn verbrand en geplunderd in wat op een doelgerichte golf lijkt van geweld gericht tegen de Iraakse academische wereld."
[55]

Op 15 maart 2007 zei Minister van Hoger Onderwijs Abduldhiyab al-Aujaili dat sinds de Amerikaanse invasie in 2003 meer dan 100 hoogleraren waren ontvoerd.
[56] Hij zei dat het ministerie bijna alle hoop heeft opgegeven op de terugkeer van degenen die waren ontvoerd en dat het geweld gericht op Iraakse universiteiten faculteitsleden heeft geterroriseerd. "Huizen van honderden professoren zijn bestormd en honderden van hen werden gearresteerd maar later werden de meesten van hen weer vrijgelaten," zei hij. Het toenemende geweld heeft 'duizenden' Iraakse hoogleraren gedwongen het land te ontvluchten. Naar schatting 331 leerkrachten werden gedood in de eerste vier maanden van 2006, volgens Human Rights Watch, en minstens 2.000 Iraakse artsen zijn gedood en 250 ontvoerd sinds de Amerikaanse invasie in 2003, en 180 leraren zijn gedood tussen februari en november 2006, volgens het Brookings Institution in Washington[57]. De International Medical Corps meldt dat populaties van leerkrachten in Bagdad met 80% gedaald zijn en het medische personeel lijkt zijn job te hebben verlaten in onredelijk grote aantallen. Ongeveer 40 procent van de middenklasse van Irak is gevlucht voor het einde van 2006, volgens de VN. 18.000 artsen zijn gevlucht sinds de invasie meldde de NGO Medact in haar rapport van maart 2006[58]. De meesten zijn op de vlucht voor systematische vervolging en hebben geen behoefte om terug te keren. Ten minste 315 Iraakse en 30 niet-Iraakse media-professionelen zijn gedood onder Amerikaanse bezetting[59]. Op 20 maart 2008 meldde Reporters Without Borders dat honderden journalisten in ballingschap werden gedwongen sinds het begin van de door de VS geleide invasie. Tot 75 procent van de Iraakse artsen, apothekers en verpleegkundigen hebben hun jobs opgegeven sinds de door de VS geleide invasie in 2003[60]. Meer dan de helft van hen zijn geëmigreerd, volgens een rapport van Medact van 16 januari 2008.[61]

Het aantal vooraanstaande Iraakse wetenschappers en professionals die het land ontvlucht zijn benadert 20.000. Van de 6.700 Iraakse hoogleraren die gevlucht sinds 2003, meldde de Los Angeles Times in oktober 2008 dat slechts 150 van hen teruggekeerd was[62]

De Iraakse minister van onderwijs zegt dat 296 leden van het onderwijzend personeel werden gedood alleen al in 2005. [63] Volgens het VN Office for Humanitarian Affairs werden 180 leraren vermoord sinds 2006 tot maart 2007, tot 100 zijn ontvoerd en meer dan 3.250 zijn het land ontvlucht. De lijst met vermoorde Irakese academici van het BRussells Tribunal bevat 437 namen tot 01 april 2010.[64]

Honderden rechters en advocaten hebben het land verlaten. Ten minste 210 advocaten en rechters werden gedood sinds de Amerikaanse invasie in 2003, naast tientallen gewonden bij aanslagen tegen hen.
[65]

Sinds 2007 hebben bomaanslagen in Al Mustansiriya Universiteit in Bagdad meer dan 335 studenten en medewerkers gedood of verminkt, volgens een artikel van 19 oktober 2009 in de NYT, en een 12-meter hoge muur is gebouwd rond de campus om aanslagen te voorkomen.
[66]

Dit zijn slechts een paar voorbeelden waaruit de omvang van het probleem duidelijk wordt.

De inspanningen om de Iraakse infrastructuur, waaronder scholen en instellingen voor hoger onderwijs, her op te bouwen, werden geplaagd door het gebruik van minderwaardige materialen, corruptie en het doorsluizen van geldmiddelen naar "veiligheid". De snel verslechterende omstandigheden en het volledig ontbreken van een goed functionerend onderwijssysteem heeft geleid tot een neerwaartse spiraal van bijna 50% drop-outs.

Het geweld heeft sinds de door de VS geleide invasie duizenden studenten weggehouden van de universiteiten. Alleen al in 2006 leidde dit op een aantal universiteiten tot een vermindering van het aantal inschrijvingen met meer dan de helft, volgens Iraakse officiële bronnen. Universiteiten in andere delen van het land zijn open, maar zijn verlaten. (Washington Post 18/01/2007)

Omar Al Hajj, een professor aan de University of Technology: "doodseskaders beschuldigd voor het doden van Iraakse professionals en wetenschappers zijn dezelfde krachten die Irak zijn binnengevallen, die de musea hebben geplunderd en de banken hebben beroofd." "Ze zijn ook dezelfde partijen die buitenlanders en zakenmensen ontvoeren voor hoge bedragen als losgeld." [67]

Tot op heden is er door de bezettende autoriteiten geen systematisch onderzoek gevoerd naar dit fenomeen. Niet één enkele aanhouding werd gemeld die verband zou houden met deze terreur tegen de intellectuelen. De onwil en onverschilligheid om deze systematische aanvallen op Iraakse professionelen te beschouwen als een ernstig probleem is volledig in overeenstemming met de meer algemene rol die de bezettingsmachten spelen in de onthoofding van de Iraakse samenleving. Dat aspect van post-invasie Irak wordt het best geïllustreerd door het de-Baathification beleid van Paul Bremer III dat als gevolg had dat professioneel leiderschap en kaderleden in de politieke, economische en militaire sector verwijderd werden. Er werd minder vaak bericht dat deze bureaucratische zuivering uitgebreid werd tot de educatieve en culturele sector, met alarmerende gevolgen. Het eindresultaat van de zuivering van Baathisten is een heel bewuste deconstructie van het menselijk kapitaal van Irak.

Massale emigratie in het kielzog van de buitenlandse invasie en bezetting heeft de nationale samenhang ondermijnd op nog meer directe en verwoestende manieren. Tussen januari en oktober 2007 heeft de oorlog in Irak 1 miljoen Irakezen naar Syrië doen vluchten, bovenop de bijna 450.000 die reeds waren gevlucht Irak in 2006. De vluchtelingen komen in vrij hoge mate uit de opgeleide middenklasse, die dit gevoel van nationale samenhang belichaamden. De geletterdheid bij kinderen van vluchtelingen is plots drastisch gedaald, wat weinig goeds voorspelt voor de volgende generatie. Iraakse meisjes en jonge vrouwen worden door de armoede van hun familie gedwongen tot overlevingssex en georganiseerde prostitutie.
[68]

Pro-consul in Irak Paul Bremer’s reeks van 97 uitvoeringsdecreten heeft de middenklasse die de Iraakse samenleving gestalte gaf, uiteengereten en zo’n 15.500 onderzoekers, wetenschappers, docenten en hoogleraren in de werkloosheid geduwd. Het bevel om het leger te ontbinden heeft ongeveer 500.000 mannen met militaire ervaring in de werkloosheid gedwongen. Voorspelbaar gevolg was een grote massa van boze en verpauperde Irakezen die hun ongenoegen uitten door de rangen van het Iraaks verzet te vervoegen. De bezettingstroepen bestreden de weerstand met collectieve bestraffing die de vorm aannam van een tweede 'Shock and Awe" campagne die de Irakezen overweldigde en ze hulpeloos en wanhopig achterliet. Met het beschermende schild van de staat verwijderd, was de weerloze en gedesoriënteerde bevolking overgeleverd aan criminele, sektarische en religieus atavistische elementen van allerlei allooi. Het Iraakse volk en zijn uitzonderlijk erfgoed waren onbeschermd en kwetsbaar.

Opeenvolgende Iraakse staten en regimes, ongeacht hun tekortkomingen en beperkingen, hielden niettemin een gelaagde en cultureel rijke natie samen. Irak was een ongelooflijk complexe, maar fragiele mozaïek. Deze werd niet alleen gevormd door de 3 belangrijkste etnische groepen, maar ook door talloze minderheden. In de condities van gemanipuleerde chaos werd dit ingewikkelde weefsel, dat had overleefd gedurende duizenden jaren en dat van een verbazingwekkende diversiteit getuigde, misschien wel voor altijd vernietigd. De belangrijkste etnisch-religieuze groepen werden opzettelijk geviseerd. Met de banden van nationale eenheid verzwakt, werden ze tegen elkaar uitgespeeld. De kleine en kwetsbare minderheden werden verzwolgen in de chaos.

Verscheidene minderheden in Irak dreigen te worden uitgeroeid nu zij worden geconfronteerd met ongekende niveaus van geweld, volgens de Minority Rights Group International.
[69]

Sommige van die religieuze en etnische minderheden in Irak hebben vreedzaam samengeleefd in de regio gedurende twee millennia.

Minderheidsgroepen worden geviseerd en gedood louter vanwege hun etnische of religieuze voorkeuren.

De Christenen, die nog steeds spreken in het Aramees, de taal van de Bijbel, verlaten Irak in grote aantallen. De Assyrische Kerk van het Oosten is een van de meest getroffen kerken. Andere kerken onder extreme druk zijn de Syrisch-orthodoxe, Koptisch-orthodoxe, Armeense Apostolische, en Chaldeeuwse kerken. In 2006 heeft de UNHCR vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties vastgesteld dat 44 procent van de geregistreerde Iraakse asielzoekers naar Syrië Christenen zijn.

Christenen zijn ook de grootste groep vluchtelingen die aankomen in de Jordaanse hoofdstad Amman. En wat met de Mandeeërs, volgelingen van Johannes de Doper, wiens geloof pre-christelijk is? Deze zijn niet in staat om zichzelf te beschermen zoals anderen omdat hun geloof hen verbiedt wapens op te nemen en zij zijn aldus gedwongen om te emigreren,.

Yezidi's liggen ook onder vuur. Hun figuur van aanbidding is Maluk Ta'us, de gevallen engel - de Yezidi's geloven dat hij door God vergeven werd. Hun geloof heeft ertoe geleid dat ze worden beschuldigd van "duivelaanbidding" en ze worden vermoord omwille van hun geloof. Zowel tegen de Mandeeërs als de Yezidi’s werden fatwa’s uitgevaardigd door de religieuze fundamentalisten.

Andere minderheden zijn Bahai's, Faili Koerden, joden, Palestijnen, Shabaks en Turkmenen. Samen vormen ze 10 procent van de bevolking van Irak.[70]

De bezettingsmachten en de post-invasie regeringen die werden geïnstalleerd hebben consequent geen interesse getoond om het aantal doden en ontheemden op een duidelijke manier in kaart te brengen, noch bekommerden ze zich om de inventarisatie van het vernietigde culturele erfgoed, beschadigde archeologische sites en vermoorde intellectuelen. Nog minder hebben ze de wil getoond om deze misdaden te onderzoeken en de daders te berechten. Deze berekende desinteresse is op zichzelf reeds onthullend. Erger nog, officiële woordvoerders geven openlijk uitdrukking aan de wil en de idee van de bezetter om chaos en wetteloosheid te zien als "creatief" in de zin dat deze situatie mogelijkheden biedt om na het vernietigen van de staat een nieuwe start te creëren, om vanaf nul te beginnen. In het kader van gemanipuleerde chaos zou dus de moedwillige ontmanteling van Irak’s ooit geroemde onderwijs en de gezondheidszorg een kans betekenen om vanaf nul te beginnen.

Burgeroorlog of counter-insurgency?
 
De VS administratie en de massamedia zijn er, in tegenstelling tot de oorlog in Vietnam, wonderwel in geslaagd om de mensen een rad voor de ogen te draaien. De meeste Irakezen waarmee we contact hebben drukken ons op het hart dat er geen burgeroorlog is in Irak. Er zijn sektarische spanningen, dat wel, maar die worden gecreëerd en aangevuurd door de bezetter. Volgens alle statistieken zijn de Irakezen er van overtuigd dat het sektarisch geweld wordt veroorzaakt door de VS en dus zal verminderen als de bezetter zich terugtrekt.[71]

Het volksverzet blijft buiten beeld in onze media, enkel de bomaanslagen worden ons dagelijks ingelepeld. Maar wie is verantwoordelijk voor de kidnappings, de bomaanslagen, de sektarische moorden? Is dat echt het volksverzet?

Wie zijn de diverse actoren die voor de instabiliteit in Irak zorgen? Wie creëert de condities voor het uitbreken van een burgeroorlog? We doen een poging om een tip van de sluier op te lichten.

A. De milities.

Lang voor de invasie waren de VS en hun bondgenoten betrokken bij de training en bewapening van tienduizenden anti-Irak collaborateurs. De trainingen gebeurden o.a. in Hongarije en Kosovo. De meest in het oog springende milities zijn:

1.   de Iraqi National Congress (INC) geleid door Ahmed Chalabi.

2.  Het Iraqi National Accord (INA) geleid door Iyad Allawi, de man die wordt naar voor geschoven door de VS en VK om Irak te regeren.

Beide groepen bestaan uit Irakese ballingen (w.o. anti-Baathisten), getraind en  bewapend door de VS en VK.

 

3.  De Badr Brigade, de gewapende vleugel van Da’awa/SCIRI religieuze partijen, islamisten, geleid door Abdul Aziz Al-Hakim, Ibrahim Al-Jaafari an Nuri Al-Maliki. De groep bestaat uit duizenden Irakese ballingen en illegale Iraanse migranten die uitgewezen werden uit Irak in de tachtiger jaren van vorige eeuw. De groep wordt getraind en bewapend door Iran en de VS. 

4.  De Kurdische militie (Peshmerga) geleid door oorlogsheren en getraind en bewapend door de VS en Israël.[72] De Koerdische Peshmerga milities zijn volledig geïntegreerd in het nieuwe Iraakse leger. (Zie verder) 

5.  De Sadr movement (gekend als de Mahdi Army), geleid door Moqtada Al Sadr. De beweging verzette zich aanvankelijk tegen de bezetting, maar stapte in het politiek proces  en maakt deel uit van de collaboratie-regering. Sindsdien worden veel standrechterlijke moorden toegeschreven aan deze beweging. 

Sinds de invasie muteerde elk van deze milities in verschillende groepen doodseskaders en criminele bendes zoals de Wolf brigade, de Karar brigade, de Amarah brigade, de Defenders of Kadhimiyah, de Falcon brigade, de Scorpions brigade en de Special Police Commandos. Ze worden bewapend en gefinancierd door de VS en hun bondgenoten, en zijn volledig geïntegreerd in de bezettingsmacht. Elke groep wordt zorgvuldig gebruikt door de bezetter om de Irakese bevolking te terroriseren in een campagne die werd opgezet om de steun te verhinderen van het Irakese volk aan het Irakees verzet. De VS militairen hebben immers al meermaals openlijk toegegeven dat, waar de steun aan het verzet groot is, “het volk de prijs betaalt voor de steun die ze aan het verzet geeft” (Newsweek 14/01/2004). Met andere woorden: Irakese burgers worden opzettelijk geviseerd en geterroriseerd omdat ze de bezetting verwerpen en niet willen buigen voor de Amerikaans plannen.  

John Pace, speciaal VN gezant in Bagdad, kwam tot het volgende besluit: “Sommige milities zijn geïntegreerd in de politie en dragen politie-uniformen. De badr brigade zijn hoofdzakelijk diegenen die de moorden verrichten. Zij zijn het meest berucht." (bron: the Guardian, 2 maart 2006) 

Werknemers van DynCorp en Science Applications International Corp uit Virginia (Amerikaanse Security Companies), die bekend staan als International Police liaison officers, hielden toezicht op de opleiding van SWAT-teams (Special Weapons And Tactics). De SWAT-teams lijken niet direct gelinkt aan de Special Police commando's, maar werden opgericht als elite politie-eenheden, net als de commando's, in dezelfde periode. Het Hillah SWAT-team had in 2006 de beschikking over 800 man, ongeveer evenveel als een commando-bataljon. Hoewel het bedoeld was als een SWAT-team, onderscheidde de Hillah eenheid zich van de 20 provinciale SWAT teams van 27 man elk, als een apart Amerikaans initiatief. Het Hillah SWAT-team op zich is groter dan het hele SWAT-programma. In januari 2005 had het al 500 man onder de wapens. Het SWAT-team werd op grote schaal gebruikt voor de counter-insurgency operaties. In een periode van 6 maanden voerde de 24ste mariniers eenheid "58 gezamenlijke invallen" uit met het team. Het gebruik van helikopters voor hun raids geeft aan dat de eenheden worden opgeleid als een gesofisticeerde strijdmacht. Het Hillah SWAT-team werd omschreven als "94 %" Shia.[73]  

B. Britse terroristen in Irak 

Een artikel in de Sunday Telegraph[74] van 02 april 2007 toont aan dat een geheime elite-eenheid van het Britse leger actief bezig is om Irakese “opstandelingen” en terroristen te rekruteren en te trainen als dubbelagenten. Dit gebeurt in de Green Zone. Britse Special Forces rekruteren en trainen “terroristen” om de etnische spanningen te verhogen. Een elite SAS vleugel, “Special Reconnaissance Regiment” (SRR), met een in bloed gedrenkt verleden in Noord-Ierland, opereert ongestraft en levert geavanceerde springstoffen[75]. Van sommige aanslagen worden dan Iran of Al Qaeda beschuldigd. Deze eenheid wordt geleid door Lt. Col. Gordon Kerr, die zijn sporen heeft verdiend in Noord-Ierland. “Undercover” VS soldaten staan hen bij. De eenheid wordt “Task Force Black” genoemd.[76] 

Dit versterkt het vermoeden van vele waarnemers dat de Britse en Amerikaanse soldaten tot over hun oren verwikkeld zijn in bomaanslagen en aanslagen in Irak, die daarna worden toegeschreven aan Sunni opstandelingen, Iran, of één of andere terroristische groep zoals Al Qaeda.[77] 

C. Facilities Protection Services.

Minister van Binnenlandse zaken Jawad Al-Bolani beschuldigde op 12 oktober 2006 de Facilities Protection Services (FPS) van standrechterlijke moorden. De FPS, een staat in de staat, een niet geregulariseerde gewapende macht van 150.000 à 200.000 man sterk, waarin alle huurlingen (contractors) zijn ondergebracht, werd opgericht door Paul Bremer III. De meest recente cijfers (2009) schatten hun aantal op 100.000.Telkens we iemand aanhouden i.v.m. een moord, is het zelden iemand die tewerkgesteld is door het ministerie van defensie of binnenlandse zaken. De meesten blijken te werken voor het FPS”, aldus Al-Bolani. 

Ook de vorige minister van Binnenlandse Zaken, Bayan Jabr, associeerde het FPS met de doodseskaders die opereren binnen de politie en die de desintegratie van Irak beogen. 

D. De Special Police Commando’s 

Volgens o.a. Greg Jaffe van de Wall Street Journal worden de “Special Police Commando’s”, die ressorteren onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken, overal in Irak ingezet en zijn zij verantwoordelijk voor de criminele moordoperaties, ook wel de “Salvador optie” genoemd, en dit met het volle medeweten en steun van de VS. Op het eind van 2003, toe het duidelijk werd dat de bevolking in opstand kwam tegen de bezetting, werd in het budget voor 2004 3 miljard dollar van de 87 miljard voorbehouden voor het creëren van milities en covert operations, m.a.w.: counter-insurgency oorlogsvoering. Negroponte, oud ambassadeur van Honduras die de vuile oorlogen overzag in Midden-Amerika in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd getransfereerd naar Irak en kreeg daar dezelfde taak toegewezen. De twee verantwoordelijken om een nieuwe politiemacht op te richten waren James Steele, die nog meegewerkt heeft aan het Phoenix programma in Vietnam en verantwoordelijk was voor de doodseskaders, de beruchte 4de Brigade in El Salvador, en Steven Casteel, een voormalig DEA topman die de Colombiaanse paramilitaire doodseskaders mee omkaderde. 

In het geval van de 4de Brigade bijvoorbeeld was de toepassing van “death squads” tactieken bepalend om de guerrilla’s uiteindelijk te verslaan; voor anderen, zoals de Katholieke priester Daniel Santiago, had de aanwezigheid van mensen zoals Steele een heel andere betekenis: 

“In El Salvador worden mensen niet zomaar gedood door doodseskaders.  Ze worden onthoofd, waarna hun hoofden worden opgespiest en gebruikt om het landschap te vullen. Mannen worden door de Salvadoraanse politie niet enkel afgeslacht; hun afgesneden genitaliën worden in hun mond gestopt. Salvadoraanse vrouwen worden niet enkel door de Nationale Garde verkracht; hun baarmoeders worden uit hun lichaam gesneden en gebruikt om hun gezicht te bedekken. Het volstaat niet om kinderen te doden; ze woerden over prikkeldraad gesleept tot het vlees van hun botten valt, terwijl de ouders gedwongen worden toe te kijken. “ (Geciteerd door Chomsky) 

Niet lang nadat deze heerschappen de Special Police Commandos hadden opgericht, bewapend en getraind, begonnen de verschrikkelijke slachtpartijen, die zoals hierboven vermeld opvallend veel gelijkenissen vertonen met de counter-insurgency operaties in Latijns-Amerika. 

John Pace, mensenrechten chef voor de VN-missie in Irak (UNAMI), vertelde aan The Independent, toen hij Bagdad verliet in februari 2006, dat tot driekwart van de lijken opgestapeld in het mortuarium van de stad tekenen vertoonden van kogelwonden in het hoofd of letsel veroorzaakt door drilboren of brandende sigaretten. Veel van de moorden, zei hij, werden uitgevoerd door sjiietische milities onder de controle van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Veel van de politieagenten en politie-commando's onder controle van het ministerie blijken voormalige leden van de Badr Brigade te zijn. Niet alleen counter-insurgency-eenheden zoals de Wolf Brigade, de Scorpions en de Tijgers, maar de commando's en zelfs de Highway Patrol politie worden beschuldigd van op te treden als doodseskaders.[78]

Op 30 april 2006 schreef de Organisation for Follow-up and Monitoring: “Na exacte telling en documentatie, kunnen wij bevestigen dat 92% van de 3.498 lichamen die op diverse plaatsen in Irak werden gevonden, werden gearresteerd door politiemensen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Niets was geweten over het lot van deze arrestanten tot hun vreselijk toegetakelde, doorzeefde en gemartelde lichamen werden teruggevonden. Het is beschamend dat deze misdaden worden geminimaliseerd en dat er geen onderzoek gebeurt.”[79]

E. De bezettingstroepen

Het Britse medisch tijdschrift “The Lancet” becijferde dat de invasie en bezetting van Irak tussen 426.000 en 794.000 Irakese slachtoffers heeft geëist (tot 2006). De grote meerderheid (92%) van deze doden zijn het resultaat van direct geweld. 31% van de slachtoffers waren gedood door de VS en coalitie-troepen. Vooral luchtbombardementen zouden verantwoordelijk zijn voor een groot aantal slachtoffers, maar ook extreme folteringen en vuurgevechten.[80] 

Het Irakese Red Crescent, gelieerd met het Rode Kruis, beweert dat de VS troepen een grotere bedreiging vormen voor hun werk dan aanvallen door “opstandelingen”.[81] 

Obama benoemde de meest verachtelijke persoon, generaal Stanley McChrystal, als hoofd van de militaire operaties in Afghanistan nadat deze McChrystal verschrikkelijke ravages aanrichtte in Irak tussen 2003-2008.

"In Irak, waar hij toezicht hield op geheime commando-operaties gedurende vijf jaar, zeggen voormalige intelligence-functionarissen dat hij een encyclopedische, zelfs obsessieve, kennis over het leven van terroristen had, en dat hij zijn eigen gelederen agressief pushte om zo veel mogelijk van hen te doden. "(En zoals we weten, het Iraaks verzet zijn de terroristen)

"Het meeste van wat generaal McChrystal heeft gedaan in zijn 33-jarige carrière blijft “classified”, met inbegrip van zijn dienst tussen 2003 en 2008 als commandant van het Joint Special Operations Command, een elite-eenheid, zo clandestien dat het Pentagon jarenlang geweigerd heeft om het bestaan ervan te erkennen."[82]  

McChrystal is de “Dark Knight”, die de counterinsurgency-activiteiten heeft georganiseerd in Irak, burgeroorlog trachtte te initiëren en toezicht hield op de doodseskaders. "Ambtenaren van Obama’s administratie hebben de reorganisatie omschreven als een manier om een daadkrachtiger en meer creatieve benadering in de oorlog in Afghanistan te brengen.

Irakezen in de opstandige al-Anbar provincie ten westen van Bagdad rapporteren regelmatig executies uitgevoerd door de Amerikaanse strijdkrachten in wat volgens velen deel uitmaakt van een 'genocidaire' strategie.
 
Bovendien hebben bezettingstroepen tienduizenden onschuldige mensen opgesloten in een poging om het verzet van het Iraakse volk tegen hun imperiale plannen te breken.

Op 10 maart 2010 werd gemeld dat de VS bezettingsmacht in Irak meer dan 162.000 Iraakse burgers hebben opgesloten in meer dan 50 gevangenissen en kampen met inbegrip van 28 kampen gerund door de Amerikaanse bezettingsmacht, naast vele geheime detentiecentra in Irak.

Het aantal gedetineerden geregistreerd door het Internationale Rode Kruis bedraagt ongeveer 71.000, de andere gevangenen zijn niet opgenomen door het IRC, omdat ze worden vastgehouden in Amerikaanse detentiecentra waar de bezoeken van het Rode Kruis-vertegenwoordigers worden geweigerd door de bezettingstroepen. En duizenden krijgsgevangenen en oudere gedetineerden worden al meer dan zes jaar opgesloten en vastgehouden in erbarmelijke omstandigheden.
[83]

Wat het aantal strijdkrachten betreft die de veiligheid en stabiliteit zouden moeten garanderen, hier zijn enkele recente cijfers (april 2010 - Brookings Institution Washington)
[84]
Het aantal Iraakse veiligheidstroepen bedraagt 664.000; Amerikaanse troepen: 98.000; Huurlingen: 100.000

Dus de bezettingsmacht is zeker niet in Irak om de Iraakse bevolking te beschermen. Wel integendeel. Ze terroriseren de bevolking via hun doodseskaders en getrainde milities. In een opiniepeiling die in 2008 voor een consortium van groepen onder leiding van ABC News werd uitgevoerd, zei 73 procent dat ze zich verzetten tegen de aanwezigheid van coalitietroepen in Irak. Eenenzestig procent zei dat de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in Irak de veiligheidssituatie in Irak nog erger maakt; slechts ongeveer een derde zei dat de toename van troepen een positief effect heeft gehad op de veiligheid.

Besluit: Voormelde actoren helpen om onder de bekwame leiding van de VS en de Britten, de soevereine staat Irak te vernietigen, een burgeroorlog te creëren, de bevolking te traumatiseren, te doden en op de vlucht te drijven, de middenklasse te decimeren en de minderheden uit te roeien.

F. Al-Qaeda in Irak.

Als we de mainstream media moeten geloven, bestrijden de VS en het Iraakse leger deze organisatie omdat ze verantwoordelijk is voor een groot deel van de aanvallen op het leger en de bomaanslagen tegen de burgerbevolking. Maar militaire bronnen vertelden de New York Times dat van de ongeveer 24.500 gevangenen in Amerikaanse detentiecentra in Irak (bijna alle van hen soenneiten), slechts 1800, of ongeveer 7 procent, trouw claimt aan al-Qaeda in Irak. Bovendien, de samenstelling van de gevangenen biedt geen bewijs voor de veronderstelling dat grote aantallen buitenlandse terroristen, leiders en hard-core elementen van AQI, actief zijn in Irak. In augustus 2007 hielden Amerikaanse troepen 280 buitenlanders opgesloten  vreemdelingen -iets meer dan 1 procent van de totale gevangenispopulatie.

Het State Department’s Bureau of Intelligence and Research (INR), die verondersteld wordt om de beste data te bezitten om uit de beschikbare inlichtingen correcte evaluaties te maken, raamde het aantal strijders met een AQI lidmaatschap op ongeveer "meer dan 1.000." Vergeleken met de raming door de militairen van de totale omvang van het verzet - tussen de 20.000 en 30.000 full-time strijders – brengt dit het aantal AQI strijders op ongeveer 5 procent. In vergelijking met de veel grotere schattingen van verzetsstrijders door de Iraakse inlichtingendienst -200.000 strijders – zou volgens de INR-raming het aantal AQI strijders minder dan 1 procent bedragen. In 2007 heeft het State Department zelfs schattingen verminderd, omdat, volgens een officiële verklaring, " de beschikbare informatie te ver uiteenloopt om met een consensus te bereiken over het correcte aantal."

Hoe groot is dan AQI? De meest overtuigende schatting komt van Malcolm Nance, de auteur van “
The Terrorists of Iraq” die een 20 jarige ervaring heeft als intelligentie-officier en Arabisch spreekt en die nog gewerkt heeft met militaire en inlichtingendiensten die al-Qaeda in Irak opspoorden. Hij gelooft dat AQI ongeveer 850 full-time strijders heeft, wat 2 tot 5 procent van de soennitische opstand vertegenwoordigt. "Al-Qaeda in Irak", aldus Nance, "is een microscopisch kleine terroristische organisatie."[85]

G. Criminele bendes. 

De laatste groep die volledigheidshalve dient te worden vermeld in deze lijst zijn de ordinaire criminele bendes, die bv. ontvoeringen organiseren voor losgeld. Zij spelen evenwel een marginale, doch instrumentele rol in de huidige instabiliteit in Irak. Omdat deze misdrijven niet worden onderzocht krijgen de slachtoffers de indruk dat in het nieuwe democratische Irak het recht onbestaande is en dat het dus aangeraden is met de familie naar veiliger oorden te vluchten. Ik vernoem het banditisme en de ordinaire criminaliteit, die welig tieren, slechts aan het einde van deze lange rij, omdat dit de enige groep is die niet structureel verbonden zou zijn met de bezettingsmacht of de Vichy-regering. De ongelimiteerde straffeloosheid echter, waarmee criminelen onder het waakzaam oog van 750.000 ordehandhavers[86] en duizenden intelligence officers hun misdaden kunnen uitvoeren zonder angst om vervolgd te worden, doet het vermoeden rijzen dat de bezetter op zijn minst deze misdrijven laat gebeuren om zoveel mogelijk “creative chaos” te creëren, teneinde hun mandaat als bezetter te kunnen rechtvaardigen en voort te zetten. 

Ondertussen is het duidelijk dat de Amerikaanse missie in Irak, die opgezet was om een pro-Amerikaans model voor de regio en een bolwerk tegen anti-Amerikaans militantisme te creëren, precies het tegenovergestelde heeft bereikt. De nederlaag van Irak was bedoeld om te illustreren hoezeer de vuurkracht van de VS de regio zou kunnen intimideren en de zogenaamde "schurkenstaten" af te schrikken. In plaats daarvan heeft het beleid uitgetekend door de neo-conservatieven, Israël en de olieconcerns ironisch genoeg de macht van Iran versterkt, de enige regionale macht om al die druk te weerstaan en nu de nieuwe "schurkenstaat" wordt genoemd. De regionale status van Iran is gestegen op een manier die onmogelijk was zonder deze achtergrond van mislukte imperiale politiek. Mohammad Ali Abtahi, de Iraanse plaatsvervangend voorzitter voor juridische en parlementaire zaken (tijdens de Conferentie "De Golf en toekomstige uitdagingen", georganiseerd in Abu Dhabi, januari 2004 door het Emirate Center for Strategic Researches and Studies) heeft duidelijk de rol van Iran in de bezetting van Irak uitgelegd. "De val van Kaboel en Bagdad zou niet gemakkelijk zijn geweest zonder de bijstand van Iran", zei Abtahi over de rol van de Iraanse milities en inlichtingendienst in Irak en Afghanistan. De Iraanse dreiging is nu imminent en pro-Amerikaanse autoritaire regimes in Egypte, Saudi-Arabië en Jordanië hebben geholpen om dit te verwezenlijken.
 

Cultural Cleansing in Iraq: Why Museums Were Looted, Libaries Burned and Academics Assassinated) – Published by Pluto Press London

ISBN: 9780745328126

Extent: 312pp

Release Date: 06 Nov 2009

Table of Contents:

Dedication
Preface
Part I: Formulating and Executing the Policy of Cultural Cleansing
    1 - Introduction
            Raymond W. Baker (Trinity College, USA and the American University in Cairo, Egypt)
            Shereen T. Ismael (Carleton University, Canada)
            Tareq Y. Ismael (The University of Calgary, Canada)
    2 - Cultural Cleansing in Comparative Perspective
            Glenn E. Perry (Indiana State University, USA)
Part II: Policy in Motion: Destroying the Past, Killing the Future
    Part A: The Assault on Iraq's Incomparable History
            3 - Archaeology and the Strategies of War
                Zainab Bahrani (Columbia University, USA)
            4 - The Status of Iraq's Archaeological Heritage: Report on the Destruction of Archaeological

                  Sites, Museums and Historical Monuments in Occupied Iraq
                Abbas Husainy (former Chairman of Iraq's State Board of Antiquities and Heritage)
            5 - Negligient Mnemocide and the Shattering of Iraqi Collective Memory
                Nabil Al Tikriti (University of Mary Washington, USA)
    Part B: The Present and the Future
            6 - Killing the Intellectual Class
                Dirk Adriaensens (BRussells Tribunal Executive Committee)

                Max Fuller (Independent Researcher)

  Dahr Jamail (Independent Journalist)
            7 - The Purging of Minds
                Philip Marfleet (University of East London, UK)
            8 - Minorities in Iraq: The Other Victims
                Mokhtar Lamani (Senior Fellow, Centre for International Governance Innovation and Former Special Representative of the Arab League in Iraq)
Part III: Appendices
    Appendix I. Reflections on Death Anxiety and University Professors in Iraq
        Faris K. O. Nadhmi (The University of Baghdad)
    Appendix II. List of Murdered Academics (BRussells Tribunal)
About the Contributors
Index


[23] Source: U.S. Library of Congress (1988). http://countrystudies.us/iraq/38.htm

[52] Nabil al-Tikriti in “Cultural Cleansing in Iraq” p 98,  http://www.plutobooks.com/display.asp?K=9780745328126& 

[61] See “Cultural Cleansing in Iraq” Dirk Adriaensens pp 122-123