François Houtart
BIOGRAPHY | INTERVIEW | INTERVIEW
18 april 2004 |
La messe de François
dans l’île de Fidel
(02 Sept. 2006) |
Socialism for the 21st century.
Synthetic
Framework for Reflection
(François Houtart, 30 August
2006) |
De armoede was
vroeger beter verdeeld
(15/01/2007)
François Houtart es profesor emérito de la Universidad Católica de Lovaina. Nació en Bruselas en 1925, obtuvo el doctorado en Sociología en la Universidad Católica de Lovaina. Ha sido profesor visitante en diversas universidades del mundo y sus publicaciones incluyen un importante número de artículos y libros. Notre Dame University le otorgó el doctorado Honoris causa y actualmente es director del Centre Tricontinental en donde edita la prestigiosa revista Alternatives Sud.
François Houtart. Belgian Marxist Priest and sociologist, director of the CETRI ( Tricontinental Center ) and the review " Alternatives Sud". Militant antiglobalist. The canon François Houtart is a catholic priest and intellectual Marxist of international fame. Grandson of the count Henry Carton de Wiart (1869-1951), who was one of the leaders of the Catholic Party and pioneer of the Christian democracy, François Houtart was born in Brussels in 1925. After his training in philosophy and theology at the Seminar in Mechelen, he was ordered priest in 1949. Graduated in political and social sciences of the catholic University of Leuven and graduate of the International Higher Institute of Town planning of Brussels , he is a doctor of sociology of the UCL where he was a professor of 1958 to 1990. Author or co-author of many publications regarding socio-religious research, he took part, as expert, in the council of the Vatican II (1962-1965). Today, he directs a ONG, the CETRI ( Tricontinental Center ) based in Louvain-la-Neuve as well as the review "Alternatives Sud". Regarded as a prophet by the ones, like a dangerous activist by the others, François Houtart is one of the most active collaborators of the World Social Forum of Porto Allegre and one of the most convinced militants for "another globalisation".
François Houtart: De utopie als tegengif tegen de erfzonde
Directeur van het CETRI, Voorzitter van het Wereldforum voor Alternatieven en lid van het organiserend comité van het Mondiaal Sociaal Forum van Porto Alegre.
Priester-socioloog François Houtart heeft er straks een halve eeuw engagement opzitten. Het verwerpen van de utopie als motor voor maatschappelijke veranderingen ziet hij als een intellectuele knieval voor een oppermachtig economisch systeem. Toch weet hij dat een utopie maar nuttig is als ze niet gerealiseerd wordt.
De biografie van François Houtart leest als een catalogus van politieke dromen en grote maatschappelijke omwentelingen. Hij wou eigenlijk missionaris worden. De wereld intrekken, de armen dienen. Maar zijn vader wou dat hij dichter bij huis bleef en dus werd hij seminarist in Mechelen. Enkele jaren later brak de Tweede Wereldoorlog uit en geraakte hij betrokken bij het verzet. 'We deden bruggen springen in de omgeving van Brussel.' Maar zijn echte doop kreeg hij in de KAJ. In 1953 woonde hij een internationaal congres bij in Havana en kardinaal Cardijn vroeg hem om aalmoezenier te worden van de internationale KAJ. Zijn eigen kardinaal, Van Roey, weigerde. Als socioloog bestudeerde hij de vervreemding tussen kerk en arbeiders, die in Europa pijnlijk zichtbaar werd. Het was ook als socioloog dat hij meer en meer betrokken geraakte bij de sociale problemen van Latijns-Amerika. Op vraag van onder andere Dom Helder Câmara werd hij vier jaar lang raadgever van de Latijns-Amerikaanse bisschoppen op het Tweede Vaticaans Concilie. In het zog van het enthousiasme dat daar ontstond voor de rol van de leken in de kerk en voor de rol van de kerk in de samenleving bleef hij ondersteunend werk leveren voor de Latijns-Amerikaanse kerk. Het ontstaan en het opbloeien van bevrijdingstheologie en basisgemeenschappen: hij was erbij. De volksbewegingen en de revoluties in Midden-Amerika: hij volgde ze op de voet. Boerenbewegingen en indiaanse opstanden, syndicaten en catechisten: hij kent ze bij naam en toenaam.
Wie zoveel jaren gestreden heeft, zag meer idealen teloor gaan dan hij er oorspronkelijk
had. Toch tref je bij Houtart geen diepe twijfel aan over de mens of over de utopie. 'Als socioloog wéét ik
dat de kloof tussen de utopie en de menselijke realiteit zal bestaan zolang de mensheid menselijk is.
Anderzijds ben ik er van overtuigd dat mensen de tegenstelling tussen droom en werkelijkheid altijd weer
proberen te verkleinen. Als gelovige zie ik mislukkingen dan ook niet als uitingen van menselijk falen, maar
als uitingen van menselijk pogen. De religieuze ervaring daagt een mens immers uit om méér te doen dan het
haalbare, om méér te verwachten dan het gewone en vooral om menselijker te worden dan hij op eigen krachten
kan.'
Toch weegt de mislukking van een zeer aardse utopie -die van het socialisme- zwaar op
de motivatie van mensen om zich politiek te engageren.
Je moet een onderscheid maken tussen enerzijds de -juiste- vaststelling dat het marxisme als analyse-instrument en het socialisme als utopie niet meer de aantrekkingskracht hebben van vroeger en anderzijds de -vaak miskende- vaststelling dat de realiteit niet fundamenteel veranderd is. De klassenstructuur van de samenleving is niet verdwenen, integendeel, op veel plaatsen in de wereld is die de afgelopen jaren alleen maar scherper geworden. De werkelijkheid blijft bestaan, ook als het bewustzijn verdwijnt. Sterker nog: het is de realiteit met haar steeds verder schrijdende, economische individualisering en met haar toegenomen onzekerheid voor mensen die onderaan de sociale ladder staan, die verantwoordelijk is voor het verdwijnen van een meer sociaal bewustzijn. Mensen zien zich vandaag minder als een deel van een sociale groep dan als een individu of als een deel van een kleine familie. Het is niet meer zo duidelijk waartégen men moet vechten. En het is nog minder klaar waarvóór men zou vechten. Ik denk dat het verdwijnen van de utopie verklaard kan worden door het feit dat de utopieën van de jaren zestig of zeventig té utopisch waren.
Ze waren te mooi om waar te zijn?
Ze waren vooral te haastig. Men dacht dat de Grote Droom gerealiseerd kon worden op korte termijn, terwijl een echt fundamentele verandering van een maatschappij verschillende generaties duurt. In de jaren negentig heeft men dan het kind met het badwater weggegooid. Elke globale toekomstvisie werd verdacht gemaakt. 'De utopie is dood, leve het pragmatisme' werd de slogan. Ik ben het daarmee niet eens. Er is namelijk één grote, wereldomvattende beweging bezig haar ideaal op een succesvolle manier te verwezenlijken: het kapitalisme. Met alle nieuwe technologieën en communicatiemiddelen slaagt het kapitalisme erin om een mondiaal systeem te worden. Niet dat er daartegen geen verzet is: over de hele wereld zie je sociale strijd. Maar die strijd is volkomen gefragmenteerd. Dat komt het zich ontwikkelende wereldkapitalisme mooi uit, natuurlijk. Die verbrokkeling wordt bovendien filosofisch onderbouwd door het postmodernisme in de sociale wetenschappen. Dat postmodernisme stelt dat er geen globale systemen bestaan en dat het gevaarlijk is om een sociale utopie na te streven. Daarmee ontneemt men de mensen die lijden onder het reëel bestaande kapitalisme één van de belangrijkste instrumenten om zich te ontdoen van hun verdrukking.
Niet de utopieën zijn gevaarlijk, maar het verdwijnen ervan?
Een utopie kan wel degelijk gevaarlijk zijn. Zodra men denkt dat ze hier, op aarde gerealiseerd kan worden, gaat het fout. Dat geldt niet alleen voor de sociale utopieën van de laatste eeuwen, maar ook voor veel religieuze bewegingen sinds de dertiende eeuw. Telkens mensen het Nieuwe Jeruzalem op aarde wilden installeren, is dat in een catastrofe geëindigd. Wie gelooft het patent te hebben op een perfect maatschappelijk systeem, die zal altijd weer een inquisitie nodig hebben om halsstarrige zondaars, ketters of ongelovigen te berechten. Ik benader een utopie niet als een gestolde en voor eeuwig vastgelegde waarheid, maar als een dynamisch gegeven. Als het enige tegengif dat echt werkt tegen de erfzonde van onverschilligheid en onrechtvaardigheid. Een utopie is echter enkel geloofwaardig als ze opgebouwd wordt en dus ook bijgesteld kan worden. Als ze verstart tot een dogma, heeft ze geen betekenis meer. Er wordt momenteel een nieuwe, levende utopie opgebouwd door het uitbouwen van netwerken waarin basisbewegingen uit Noord en Zuid, uit Oost en West elkaar vinden en tot onderlinge uitwisseling kunnen komen.
Maken de culturele verschillen het niet onmogelijk om één, globale utopie uit werken?
De beweging die momenteel aandacht vraagt voor de culturele verschillen tussen mensen en volkeren brengt inderdaad een zeer terechte kritiek uit op het feit dat wij te uitsluitend westers geïnspireerde modellen voor ogen hadden. Verschillende volkeren hebben nu eenmaal verschillende visies op de manier waarop mensen met elkaar verbonden zijn en op hun relatie met natuur en bovennatuur. Die diversiteit moet een plaats krijgen bij het opbouwen van een wereldwijde utopie. Maar er zijn ook gevaren aan het benadrukken van de culturele verschillen. Op de eerste plaats mag men niet de fout maken om van cultuur een vastgelegd gegeven te maken. Een cultuur is altijd een dynamisch geheel van ontwikkelingen. Wie dat ontkent, voedt het fundamentalisme -dat is ook een utopie, maar dan een averechtse. Ten tweede mag de aandacht voor culturele diversiteit geen scherm zijn waarachter de economische én culturele overheersing door een globaliserend kapitalisme zich kan verschuilen. Ook de Haïtiaanse voodoocultuur bevindt zich in een wereld vol kapitalistische verhoudingen en producten. Daarmee onvoldoende rekening houden, ondermijnt juist de kansen van de Haïtianen om een eigen toekomstproject op te zetten.
Speelt religie een rol in de opbouw van een nieuwe utopie?
De Mexicaanse staatsuniversiteit -een zéér gelaïciseerd instituut- heeft daarover vorig jaar een seminarie georganiseerd. Het was een zeer interessante ontmoeting tussen gelovigen van allerlei afkomst. De gemeenschappelijke visie van de deelnemers was dat de godsdiensten een onvervangbare aanbreng zullen hebben in de volgende eeuw, op de eerste plaats op het vlak van de ethiek. Ook het herstellen van de symbolen leek ons een belangrijke taak voor de godsdiensten. Want het bestaan van authentieke, menselijke symbolen wordt vandaag bedreigd door het feit dat ze binnen een commerciële context geplaatst worden. Zo worden symbolen uitgehold, opgebruikt en weggeworpen. Religie zal in de toekomst zeer belangrijk zijn, tenminste als ze weerstaat aan de verleiding van de spirituele terugtrekkingsbeweging. De wereld wordt door heel veel mensen ervaren als een ontmenselijkende plek waaraan ze zelf niet kunnen ontsnappen en dus kiezen ze voor een godsdienst die daar helemaal buiten gaat staan. Maar op die manier verliest die zogenaamde 'pure religie' haar humaniserende kracht. De mooiste symbolen uit onze christelijke traditie verwijzen juist naar de mogelijkheid om de wereld mooier te maken. Een plek waar de leeuw en het lam samenliggen. Een plek waar de heersers van hun troon gestoten worden. Een plek waar mensen in staat zijn om zelfs hun vijanden lief te hebben. Zolang de religieuze ervaring en de symbolische weergave ervan niet gedogmatiseerd worden, blijven ze de krachtigste utopie. Een geloof dat doden tot leven kan wekken.
Interview de François Houtard, président du Brussells Tribunal. A.F : Quel sens donnez-vous à la juridiction que vous présidez- certes comme vous
avez vous-même défini au départ quelle nétait non pas illégale, mais non fondée sur un texte juridique-
pouvez-vous nous préciser sa fonction ?
M.H.: Oui en effet, le tribunal na pas de possibilités de sanctions, même
sil peut parfois sappuyer sur le droit international pour donner certains avis. Le but est dalerter lopinion
publique sur un problème fondamental qui importe à lhumanité aujourdhui. Il sagit donc dune fonction
politique et à la fois éthique.
Le problème de lIrak nous apparaît comme central car nous le vivons -le peuple irakien est
en train de le vivre de façon quotidienne et ce problème sont évidemment plus large que lIrak puisque sont
impliquée toutes une série de nations, de pays, de puissances. Et que les victimes sont essentiellement des
victimes irakiennes !
La spécificité de ce tribunal- qui suite à la session du tribunal Russel de 1967 sur les
crimes de guerre au Vietnam, ainsi qua dautres nombreuses sessions dont notamment celle du tribunal permanent
des peuples a linitiative dEllio Basso (un sénateur italien qui était lui-même un des membres du tribunal
Russel) qui a produit au moins une trentaine de sessions sur différents sujets concernant le Nicaragua, les
Philippines ou encore la banque mondiale et le fond monétaire international- est de replacer le problème de
lIrak dans tout un ensemble et de montrer que lIrak nest quun incident à lintérieur dune politique plus
fondamental.
Aussi, ce qui est en jeu dans notre tribunal, cest danalyser le PNAC : le programme pour un
nouveau siècle américain. Il sagit dun document qui a été élaboré en 1997 par des milieux néoconservateurs,
à savoir, un petit groupe essentiellement formé dintellectuels très intégrés dans les grandes
multinationales américaines qui a essayé de repenser toute la poltique américaine pour lui donner un
certain impact sur lhistoire du monde daujourdhui. Ce que nous constatons également cest que cela va plus loin que la logique que poursuit ce
petit groupe arrivé au pouvoir avec le président Bush aujourdhui. Lorsque nous analysons les positions du
candidat président Kerry et les politiques qui sont menées par les démocrates dans le passé, cela nous amène
à dire que le problème ne résulte pas seulement dun petit groupe qui pense de façon fondamentaliste, mais
quil sagit là dune logique politique qui reflète une longue tradition dans lhistoire des Etats- Unis. Et
que cette dune logique politique est liée à une logique économique donc à une domination économique.Et
que tout ce qui est produit comme justification morale ou idéologique a également un lien logique avec tout
cet ensemble dintérêt économique et politique. Nous nous retrouvons donc véritablement devant un empire -
nous ne sommes pas anti-américain, je lai dit à linauguration de ce tribunal.en aucune façon. La preuve
cest quil y a beaucoup daméricain, ici présents, à ce tribunal, parmis les témoins, parmi les membres de
la commission ou de la défense. Ce qui est donc est en jeu, ce nest pas le fait dêtre américain, cest le
fait dêtre hégémonique, cest la fait dêtre un empire et aujourdhui au vingt et unième siècle, lempire
est américain !
Cest cela que nous voulons dénoncer, avec toutes les conséquences que ca a peut avoir et
ainsi pouvoir alerter une opinion publique qui bien sur est de plus en plus consciente de ce que cest lIrak
et de plus en plus opposée à la continuation de la guerre en Irak mais qui nest as toujours consciente des
tenants et aboutissants de ce quest et a été la guerre en Irak aujourdhui.
A.T : Aujourdhui, on est peut-être a la fois optimiste et un pessimiste face à
limperium américain : Un pessismisme ressentit vis-à-vis de limperium américain et un optimisme face à
une prise de conscience collective. jentends par-là que le monde sest réjoui par exemple à la destruction
du mur de Berlin et on a ainsi détruit avec le bipolarisme des nations comme contexte
international.aujourdhui on se retrouve face à une super puissance hégémonique. Faut-il penser que le
temps - puisquil faut donner le temps au temps, selon un vieux proverbe portugais- nous permettra de voir lémanation
démocratique de la conscience démocratique populaire?
Je crois quil faut être évidemment optimiste sinon on ne croit plus dans lhumanité. Mais
ne pensons que le temps se fait tout seul. Par conséquent, il y a un engagement à avoir. Lhistoire navance
pas comme un long fleuve tranquilleelle est toujours le résultat dun certain nombre de luttes sociales et
cest dans la mesure où cest luttes sociales vont véritablement pouvoir sexprimer et créer tout doucement
et le plus rapidement possible, bien sur, un autre pole de force par rapport au pole qui est aujourdhui dominé
par le capital international et par le caractère hégémonique de la politique américaine. Cest dans cette
mesure où nous pourrons construire cest autre pole, où nous pourrons alors véritablement croire dans nos
espérances. Sans cela, elles resteront purement symboliques.
Tout ce que lon voit aujourdhui permet déveiller une espérance, de la garder vivante. Cest
que lon a vu au forum social mondial auquel j'ai participé, qui était fort impressionnant par ailleurs. Il
y a là une force nouvelle qui est en train de se construire, peut-être difficilement parce que très hétérogène,
mais qui se construit comme une conscience collective mondiale face à un système qui reste éminemment
puissant. Ce système a en main beaucoup de moyen pour essayer détruire ce mouvement, cette réaction
populaire, mais je pense quil est néanmoins obligé den tenir compte aujourdhui et cest déjà quelque
chose.
Je résumerai en disant simplement ceci : « lespoir nous ne devons jamais le perdre et nous
devons construire un autre type de société ». Mais cela naura de résultat que dans la mesure où cette résistance
peut sorganiser, peut avoir les instruments pour pouvoir être efficace.
Cette conscience collective peut-elle avoir une influence sur lestablishment actuelle et
quelles en seraient les conséquences économiques, la vision que lon pourrait avoir ?
Je crois que vous poser là tout le problème des alternatifs. Est-quil y a des alternatives
à la situation actuelle au marché capitaliste, à ce quon appelle la démocratie parlementaire qui est
encore fort limité comme nous le savons. Il y a aussi des alternatives qui sont proposées sur un plan concret, cest à dire, à
moyen terme: quest ce que nous pouvons faire ? A court terme : Est-ce que nous pouvons établir une taxe
Tobin pour limiter limportance du capital financierbien sur cela ne va pas encore détruire le capitalisme
mais cest malgré tout un pas en avant ? Est-ce que nous pouvons supprimer les paradis fiscaux? Est-ce que
nous pouvons décider dabolir la dette du tiers-monde? Il y a là toute une série dalternatives qui existent
mais ce qui manque cest la volonté politique de les appliquer. Regardez on a essayé de faire quelque chose et regardez ce qui sest passé dans les pays
socialistes avec le socialisme réel, est-cela une alternative? Bien sur, il y a eu un échec et nous devons
étudier et analyser les causes de léchec pour nous rendre compte pourquoi il y a eu échec, pour des
raisons internes et pour externes.
Le problème nest pas quil nait pas dalternatives, le problème cest quil ny a pas de volonté
politique pour les appliquer. Doù la nécessité de créer une pression populaire qui puisse faire pression
sur les décideurs politiques et voir ainsi voir se réaliser les alternatives et arriver réellement à
construire. Cest un processus permanent ces utopies et les alternatives ne tombent pas du ciel Cela doit être
construit et construit collectivement. Et par ailleurs ce nest pas non plus le royaume de dieu que nous
construisons sur terre simplement parce que lon a fait une révolution ou parce quon a changé un système
politique, cest un processus constant qui va de la vie quotidienne aux grandes décisions de macroéconomie
ou de macropolitique.
La révolution permanente où il faut sans cesse se remettre en cause, nous sommes très
loin des grands philosophes et grands utopistes de la révolution de 1989 ( chute du mur de Berlin) et celles
qui ont suivi par le monde. Aujourdhui la vrai révolution ne serait pas que les citoyens-électeurs invitent
ceux qui ont des mandates à rendre des comptes plus précis?
Bien sur, cest un des mécanismes fondamentaux et qui existe relativement peu dans nos sociétés
démocratiques. Je suis frappe de voire, peut-être que lexemple risqué dêtre mal compris, travaillant
beaucoup à Cuba, je me rends compte que cest un mécanisme qui fonctionne. Je ne dis pas que Cuba est une démocratie
parfaite- pas beaucoup moins que les nôtres- il est un fait néanmoins que les délégués au parlement
cubain doivent rendre compte tous les six mois devant des assemblées populaires. Cela fonctionne, c-à-d, qu
on leur demande : pourquoi avez-vous fait telle chose ou pourquoi ne lavez pas vous pas fait. Ils sont
constamment soumis à ce mécanisme. Je penses que lon pourrait sinspirer de cela dans nos démocraties pour
pouvoir avoir un fonctionnement plus souple et beaucoup plus réel de la démocratie.
Ceci dit, cest évidemment la démocratie qui est le moyen , non seulement la fin , mais le
moyen fondamental pour pouvoir transformer nos sociétés en démocratie réelles, fondamentales, qui ne se résumeraient
pas simplement au fait délire des personnes tous les quatre ans.. Cela est le respect de la démocratie qui
certes nous paraît incontournable aujourdhui, mais qui nest qune petite partie de ce qu est vraiment la démocratie.
Où se trouve la démocratie dans notre système économique par exemple? Où se trouvent
aussi les possibilités dune démocratie plus participative, plus quotidienne? Nous avons certainement de
grandes améliorations à apporter.
Y.B : . Et de quelle façon compter vous réagir face aux dernières propositions de
ladministration Bush ? Après avoir tenté de légitimer ses actions sous le couvert des droits de lhomme,
elle désire aujourdhui les faire valoir sous le drapeau du développement et de présenter au prochain G8 un
document de travail intitulé Partenariat G8 et Moyen Orient »
La réponse est catégorique, cest non! Il nest pas question que l « on » puisse accepter
une telle proposition comme semble lindiquer aujourdhui Kofi Annan ou peut-être même Louis Michel. Il nest
pas question daccepter quelques solutions que ce soit tant que les américains seront là, et par conséquent,
cest la condition fondamentale et tout compromis avec les américains dans ce domaine là me parait comme une
manière de prolonger le problème et par conséquent de prolonger la situation de guerre , de violence et de
terrorisme.
Il faut , je crois, être extrêmement clair et il faut comme cela sera encore souligné au
Brussel Tribunal, il faut laisser la possibilité aux irakiens de prendre une initiative quitte à ce quelle
soit appuyer par une communauté internationale mais dans des limites absolument légales et respectant la
souveraineté de lirak.
Cest facile aujourdhui pour les américains de dire, oui, aujourdhui, on a cassé la
baraque, il faut bien essayer de la reconstruire, et nous ne sommes peut-être pas les mieux placés pour le
faire, venez nous aider. Cest cela quil faut absolument dénoncer et refuser parce que on va nous faire
beaucoup de propagande et de publicité pour dire : voyez-vous, nous sommes gentils, nous voulons aider les
irakiens à se reconstruire, mettons nous tous ensemble, ne pensons plus au passé, abandonnons les querelles
de familles que nous avons eu précédemment et joignons nous tous ensemble pour reconstruire lIrak. cest
dune hypocrisie absolument incroyable. Je crois que là, nous devons être radicaux et dire non, ce nest pas
cela que nous voulons, nous avons des alternatives à proposer.
Y.B : Mais ne craignez-vous pas que les membres du G8 sur le terrain du développement
et de léconomie accepteront la nouvelle proposition de Bush and corporated?
F.H : Cest bien la raison pour laquelle, nous devons aussi protester contre le G8. A Gênes,
les grandes manifestations, cétaient contre le G8, il nous apparaît comme un instrument de lhégémonie
dans le monde. Certains de ceux qui y sont présents sont obligés de faire des concessions pour garder un
certain ordre dans ce quils peuvent contrôler mais rappelons que le G8 nest pas un organe démocratique, ni
représentatif de lhumanité.
Y.B/Pensez-vous que le développement dune zone de libre échange au Moyen-Orient
puisse représenter une alternative à lhégémonie américaine ?
F.H :Ces zones de libre-échange, cest la grande politique américaine. Je peux la résumer
en quelques mots : « Ce sont les accords entre le requin et les sardines » car le libre commerce signifie
la possibilité pour le plus fort dimposer sa loi. Cest ça finalement qui est en jeu.
Certainement quà lintérieur de certains pays, quelques-uns y verront un avantage parce que
certains secteurs de léconomie locale peuvent avoir un avantage à pénétrer le marché nord américain,
mais cet avantage nexiste que pour une toute petite partie des intérêts économiques des pays concernés.
Cest donc un marché de dupe mais qui est souvent appuyé par les pouvoirs politiques qui existent dans ces
pays là parce quils représentent ces secteurs dintérêt économique local et qui abondamment répandent
une propagande, une idéologie qui se base sur la liberté et ainsi la liberté de commercer. Ils tirent
ainsi avantage de ce pacte où tout le monde est gagnant, comme on dit au USA, une solution « win win ».
Mais cest une illusion totale.
Y.B :Et sil sagit dune proposition régionale prise à linitiative des pays arabes
pour un développement endogène ?
F.H :Cest autre chose, si les pays arabes désirent de leurs propres initiatives faire un
marché d échanges comme le Mercosur ou lEurope, cest bien entendu un pas positif mais à condition quil y
ait une autonomie de décision, que cela ne soit pas imposé de lextérieur, et que finalement cela ne soit
pas simplement une autre manière de réaliser la globalisation du capitalisme. Puisque qu actuellement la
globalisation fonctionne mal sur un plan totalement global, sa relance pourrait sappuyer sur des créations
de noyaux régionaux capitalistes.
Je crois que nous devons être en faveur des regroupements régionaux sur un plan économique
mais en veillant à ce que leurs finalités dépassent la logique capitaliste pour mieux répondre aux
besoins des populations et des gens.
http://www.indymedia.be/news/2004/04/83568.php
La messe de François dans l’île de Fidel
GIANNI MINÁ
Le rendez-vous à l’église de San Agustin est à sept heures et demie. Le vieux
François allait dire la messe pour fêter monseigneur Carlos Manuel De Cespades, descendant du père de la
patrie cubaine et curé de cette église, qui revient après une cure en Suisse pour lutter contre une maladie
insidieuse. François Houtart, quatre vingt deux ans, prêtre du clergé séculier, enseignant de sociologie
pendant des années à l’université de Louvain en Belgique, a été parmi les concepteurs et les fondateurs du
Forum social de Porto Alegre. Il est à La Havane avec d’autres intellectuels pour la réunion du mouvement
En défense de l’humanité, qui a eu son baptême à Caracas en décembre 2004, comme je l’ai dit dans un
autre article; et qui tiendra une autre session à Rome, à la Fao, en octobre. Ce religieux qui, dans sa
jeunesse, a enseigné aussi la sociologie à Hanoi, sous les bombes des B-52 étasuniens, obligeant la rigide
organisation du parti communiste local à se confronter avec la dialectique des sciences sociales, s’est
senti offensé par la manière dont on a traité dans l’information, depuis le 31 juillet, la maladie de Fidel
Castro ; et plus encore, il s’est indigné pour le plan sur l’avenir de Cuba, décidé de façon désinvolte par
le Département d’Etat américain, et renouvelé en toute occasion par Bush et Rice.
La souveraineté de Cuba
C’est pour cela qu’il a rendu public, lundi 5 août, un manifeste intitulé « La
souveraineté de Cuba doit être respectée » qui, en quelques jours, a été signé par plus de dix
mille intellectuels du monde entier dont neuf prix Nobel. François en a discuté avec Raul Suarez, pasteur
protestant, président du Conseil des églises œcuméniques de Cuba, il veut en parler à Carlos Manuel De
Cespades, avec Frei Betto, présent lui aussi à La Havane, et qui était avec François quand, après la visite
de Jean Paul II en 98, Fidel Castro invita quatre théologiens de renommée mondiale pour interpréter, de
l’intérieur, les sept homélies prononcées par Pape Wotjyla dans l’île.
La rencontre dans la sacristie de San Agustin est affectueuse. Carlos Manuel,
par sa famille, est aussi descendant du général Menotte, dit el majoral, président du pays au début
du siècle dernier, et qui accepta définitivement la tutelle du gouvernement de Washington dans la vie
politique de la nation, a eu une jeunesse de militance catholique opposée au nouveau régime socialiste ; il
a même fait l’expérience pendant quelques semaines d’un camp de travail, mais ne s’est jamais perdu entre
les excès de la Revolucion et l’intolérable siège politique et économique, parfois terroriste, des
Etats-Unis. En 97, quand il était porte parole de l’actuel cardinal de La Havane, à l’époque archevêque,
Jaime Ortega y Alamino, il commenta d’une phrase drastique, « ces bombes viennent de Miami », la
prolifération soudaine des attentats contre des installations touristiques de l’île. L’évêque de la ville
symbole de la Floride s’en émut fortement et demanda une intervention à son collègue de La Havane, qui
imposa le silence à son porte parole jusqu’à la fin du voyage papal en janvier 98. Maintenant, après la
confession et la condamnation de Ernesto Cruz-Leon, auteur matériel des attentats dans l’un desquels mourut
Fabio Di Celmo, nous savons que le mandant de ce terrorisme était la Fondation cubaine américaine de
Miami : sous la direction de Luis Posada Carriles, le Ben Laden latino-américain, dont le gouvernement des
Etats-Unis n’a pas encore décidé de ce qu’il va faire, l’extrader dans un pays complaisant ou, enfin, le
juger. Souvenir qui, de nos jours encore, est plus effrayant qu’affligeant. François Houtart, qui a rendu
visite à l’archevêque la veille, commente avec un peu d’ironie : l’ami Jaime « se suavizo » (s’est
radouci) et observe maintenant la révolution sans préjudice « en cohérence avec l’esprit de l’évangile ». Il
n’est donc pas surpris que l’église de Rome, sensibilisée par la Curie de La Havane, ait demandé justement
ces jours ci de prier pour Fidel, provoquant l’indignation des catholiques réactionnaires de Floride et
d’Amérique Latine, « si proches de l’argent et si loin de Dieu ». François qui, à 37 ans à peine, au Concile
de Vatican II entra comme expert dans une commission de recherche sociale dont faisait aussi partie Karol
Wotjyla, confirme ainsi sa franchise, et le prestige qui, à Porto Alegre en 2005, lui fit demander au
président Lula, de façon très explicite et hors de tout schéma, les raisons du retard, au Brésil, du
changement social tant attendu qui, deux ans après son élection, avançait encore au ralenti en regard des
promesses faites pendant sa campagne électorale.
« Beaucoup de choses se sont améliorées dans les rapports entre le Vatican et
Cuba après la visite de Jean Paul II » remarque Carlos Manuel De Cespades, et il se souvient avec affection
que cette évolution a commencé vers la moitié des années 80, grâce à l’engagement de Frei Betto, après son
livre interview Fidel et la religion, pour rompre l’incommunicabilité et favoriser le dialogue entre
la révolution et le clergé local. Dialogue qui, ensuite, a continué de façon autonome. Pour la première
fois, l’église cubaine a rejeté le blocus économique imposé à l’île par les Etats-Unis, et le gouvernement
de La Havane a effacé l’athéisme de sa constitution pour le remplacer par le concept de laïcisme. Il n’est
donc pas surprenant que, même en 2003, après qu’aient été fusillé à La Havane trois des onze membres du
groupe qui, armes à la main, avaient assailli le groupe de touristes du ferry boat de la Bahia de Regla,
dans une tentative de détournement, le cardinal Sodano, secrétaire d’état, ait déclaré « l’Eglise continue à
avoir confiance dans le gouvernement de La Havane pour conduire Cuba vers une démocratie accomplie ».
Déclaration qui, à l’époque, eut le mérite d’imposer une réflexion plus profonde sur les méthodes de siège
étasunien contre Cuba, et sur les conséquences néfastes que cette politique incorrecte pouvait avoir sur la
façon de réagir de la révolution.
Les nouveaux séminaires
Il n’y a pas eu que des inaugurations de nouveaux séminaires et lieux de culte,
dans l’île, et constructions de centres d’attention sociale de l’église catholique, comme ceux de la
Communauté de San Egidio et des sœurs Brigidines ; les moments de rencontre entre les différentes religions
et la révolution sont aussi devenus plus clairs et fréquents. L’église catholique, en particulier, a accru
sa présence dans la vie du pays même dans ce secteur sanitaire où Cuba est un exemple pour tout le
continent, avec ses trente mille médecins travaillant dans de nombreux pays socialement atteints, comme
Haïti, l’Angola, le Pakistan. C’est sur ce terrain que s’est développée une entente entre le Vatican et
Cuba, qui amène le pape Ratzinger à être plus généreux, dan ses voeux de bonne santé à Fidel, que Pietro
Ingrao. Et qui a poussé le collègue Cotroneo, dans le Corriere della Sera, à délirer sur une présumée
« conversion » du leader maximo.
Le livre de Ramonet
L’infirmité de Fidel Castro a mis d’abord en crise les délais de la réédition
du livre Cento ore con Fidel, d’Ignacio Ramonet, (publié en Espagne sous le titre Fidel Castro :
biographie à deux voix) et prochainement édité en France, Angleterre, Italie, Allemagne, Etats-Unis,
Canada, Mexique, Argentine, Brésil, Colombie, Venezuela, et jusqu’au Japon et en Chine. La première édition,
immédiatement épuisée à Cuba et en Espagne, où elle était sortie en mai, avait cependant suggéré à Fidel
quelques ajouts, augmentations, précisions, qu’il apportait aux épreuves lorsqu’il a été contraint à cette
intervention immédiate pour sa désormais fameuse papillome à l’estomac.
Le livre du prestigieux directeur du Monde Diplomatique, fruit de
plusieurs rencontres au cours de trois années, suit, deux décennies plus tard, de façon encore plus large
(633 pages, avec 70 pages de notes et index) la trace du récit que Castro me fit pour deux documentaires
devenus historiques, en 87 et en 90, transcrits ensuite dans deux publications. Le travail fait avec Ramonet
est une sorte d’autobiographie, un bilan de sa propre vie publique plus que privée, au seuil des quatre
vingt ans, quand on peut se risquer aussi à des révélations inédites, des jugements hors toute diplomatie,
aux autocritiques, et aux confidences.
Saint Ignace de Loyola
Ramonet, comme je le fis à l’époque, tout en rappelant dans son introduction
les agressions constantes que Cuba subit de l’extérieur, et citant même Saint Ignace de Loyola « dans une
forteresse assiégée toute dissidence est considérée comme une trahison », ne dédouane pas la révolution des
trois cents prisonniers d’opinion qui sont dans ses geoles, et de la peine de mort. Avec une grande
honnêteté intellectuelle, le directeur du Monde Diplomatique ne néglige pas de rappeler cependant que
la peine de mort abolie dans la majorité des pays évolués est toujours en vigueur, en plus de Cuba, aux
Etats-Unis et au Japon ; et il souligne aussi comment, dans ses rapports critiques, Amnesty International ne
signale pas à Cuba de cas de torture physique, de desaparecidos, d’assassinats politiques et
escadrons de la mort, de manifestations réprimées par la violence de la force publique, au contraire, par
exemple, d’états de ce même continent sud-américain considérés comme « démocratiques », tels que le
Guatemala, le Honduras, le Mexique. Sans oublier la Colombie où « sont assassinés impunément syndicalistes,
opposants politiques, journalistes, prêtres, maires, et leaders de la société civile, sans que ces crimes
fréquents ne suscitent une émotion dans le monde des médias internationaux ».
C’est une approche honnête, qui ne justifie aucun manque de libéralité commis
à Cuba mais qui impose une réflexion sur la violation permanente dans le monde, en plus des droits
civiques, des droits économiques, sociaux et culturels, phénomènes inconnus dans l’île. La prompte
récupération physique de Fidel Castro a cependant soulagé de leurs angoisses les éditeurs de la biographie
que le leader maximo n’est pas arrivé, finalement, à écrire, mais qu’il a fait en sorte de laisser à
l’histoire.
Pedro Alvarez Tabio, « l’autre mémoire de Fidel », gardien rigoureux depuis
trente ans du patrimoine littéraire et historique de la révolution cubaine, recevait, depuis le 15 août
déjà, deux chapitres par jour corrigés de la main du commandant convalescent. Ainsi, la deuxième édition
respectera les délais prévus pour la publication. D’aucuns vont jusqu’à jurer que Fidel se présentera lors
d’une des journées entre le 11 et le 16 septembre au Palacio de las Convenciones, pendant le sommet
des Pays non alignés, qui accueillera à La Havane plus de 100 chefs d’état des nations de ce qu’on appelle
tiers monde.
Cet article est la deuxième partie d’une série de deux reportages depuis Cuba
de Gianni Minà, on pourra trouver la première partie, en italien, sur :
Edition de samedi 2 septembre 2006 de il manifesto
Traduit de l’italien par Marie-Ange Patrizio Kan een kanunnik een marxist zijn? Dat kan,
zegt de 81-jarige François Houtart. Hij is het nog altijd allebei. Houtart
is de bezieler van het World Social Forum. Een gesprek met een
oud-strijdmakker van Ho Chi Minh, Dom Helder Camara, Fidel Castro en Jozef
Cardijn. Als het goed is, bevindt François Houtart zich nu in de
Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar volgende week het World Social Forum
(WSF) wordt gehouden. Die bijeenkomst van andersglobalisten verwacht opnieuw
tienduizenden deelnemers uit de hele wereld. Kanunnik Houtart ligt mee aan
de basis van het Forum, dat nog altijd een alternatief wil zijn voor het
jaarlijkse World Economic Forum (WEF) in het Zwitserse Davos - de
jaarlijkse hoogmis van het kapitalisme. © Patrick De Spiegelaere Als jongeman reisde Houtart aan de zijde van kardinaal
Jozef Cardijn door Latijns-Amerika. Sindsdien komt hij op voor de armen en
de verdrukten in de wereld. Hij is overigens een kleinzoon van de katholieke
politicus Henri Carton de Wiart, die in de jaren twintig kort eerste
minister was. Als godsdienstsocioloog stelde Houtart zijn engagement later
ter beschikking van bevrijdingsbewegingen in Centraal-Amerika en Indochina.
Hij werd een compagnon de route van Fidel Castro en mocht priesters
die voorgingen in de strijd, zoals Camillo Torres en Ernesto Cardenal,
vrienden noemen. In 1976 richtte hij aan de universiteit van
Louvain-la-Neuve zijn Centre Tri-Continental op om zich over vraagstukken
van de derde wereld te buigen. Bij de twintigste verjaardag van dat centrum,
in 1996, stelde Houtart een bijeenkomst voor die een alternatief moest zijn
voor Davos. Het resultaat was het Forum Mondiale des Alternatives,
dat in januari 1999 in Zürich een ontmoeting organiseerde met vijf grote
sociale bewegingen uit de hele wereld. De Braziliaanse boerenbeweging pikte
het idee op en organiseerde in 2001 een eerste World Social Forum in Porto
Alegre. De organisatoren rekenden op vier, vijfduizend mensen.
Het waren er twintigduizend. Een jaar later kwamen er zestigduizend mensen
op af en daarna honderdduizend. Bij de laatste bijeenkomst in Porto Alegre
waren er 155.000 deelnemers. Het WSF is een instituut geworden, met
gedecentraliseerde fora in de verschillende landen en continenten. Omdat de
organisatie veel te zwaar werd, besliste de internationale raad - waarvan
Houtart nog altijd deel uitmaakt - om het WSF nog slechts om de twee jaar te
organiseren. Dit jaar dus voor het eerst op Afrikaanse bodem, in Nairobi. Krijgt u niet het gevoel dat u daar voor eigen
parochie preekt? FRANCOIS HOUTART: Misschien wel. Maar is dat erg? Het
World Social Forum is een ontmoetingsplaats voor iedereen die de strijd wil
aanbinden met het neoliberalisme: sociale bewegingen, niet-gouvernementele
organisaties en onafhankelijke intellectuelen. Er worden geen beslissingen
genomen, maar ideeën en ervaringen uitgewisseld. Margaret Thatcher zei
destijds: there is no alternative . Intussen begint wereldwijd het
besef door te dringen dat er wél alternatieven zijn voor het neoliberalisme
en dat het mogelijk moet zijn de wereldeconomie op een andere manier te
organiseren. Het World Social Forum heeft daarbij als katalysator gewerkt. De globalisering is niet alleen een probleem voor het
arme zuiden, maar ook voor de geïndustrialiseerde wereld. HOUTART: Men begint zich er rekenschap van te geven dat
de logica overal dezelfde is. De armoede in Europa of de Verenigde Staten
heeft uiteindelijk dezelfde oorzaken als de armoede in de derde wereld. In
Latijns-Amerika en zelfs in sommige Afrikaanse landen hebben zich de
voorbije twintig jaar enorme economische ontwikkelingen voorgedaan. De
steden zijn er in omvang verdubbeld of verdriedubbeld, met overal hetzelfde
beeld: verkeersopstoppingen, wolkenkrabbers, op iedere hoek van de straat
een vier- of vijfsterrenhotel. Maar van de nieuw verworven rijkdom profiteert
uiteindelijk niet meer dan twintig procent van de bevolking. De
middenklassen blijven kwetsbaar en er komen steeds meer armen bij. Dezelfde
mechanismen spelen in het Westen. Kapitalisten slijten hun gesofisticeerde
producten aan twintig procent van de bevolking. Die andere tachtig procent,
die nauwelijks koopkracht heeft, is voor hen niet interessant. Ook communistische regimes, zoals de Chinese
Volksrepubliek of Vietnam, omhelzen de vrije markt. Communisme en
kapitalisme blijken perfect samen te kunnen gaan. HOUTART: Ik las onlangs een rapport van de Wereldbank,
waarin Vietnam een successtory werd genoemd: de armoede zou er zowat
gehalveerd zijn sinds het land tien jaar geleden overgeschakeld is op een
vrijemarkteconomie. Arm is, in de definitie van de Wereldbank, wie minder
dan twee dollar per dag te besteden heeft. Wat het rapport er niet bij
vertelde, was dat onderwijs en gezondheidszorg in Vietnam niet langer gratis
zijn. Meer dan een kwarteeuw geleden heb ik een sociologische
studie gemaakt van een dorp in de delta van de Rode Rivier. Vorige maand ben
ik teruggekeerd naar dat dorp om er na te gaan wat er veranderd is sinds de
invoering van de vrije markt. Wat mij opviel, was dat de overheid kennelijk
niet langer de instrumenten heeft om publieke investeringen op peil te
houden. Irrigatiekanalen worden niet meer onderhouden, coöperaties
ontmanteld. In Hanoi - om over Ho Chi Minhstad nog maar te zwijgen - zie je
steeds grotere tegenstellingen tussen arm en rijk. Was er onder communistische regimes vroeger meer
sociale rechtvaardigheid? HOUTART: Laten we zeggen dat de armoede beter verdeeld
was. Ik zal niet zeggen dat er vroeger geen mensen waren die privileges
hadden, maar je zag geen extreme rijkdom. Nu ontwikkelen topmensen van de
communistische partij zich tot wilde kapitalisten. Kijk maar naar de
zogenaamde Gini-coëfficiënt, die door de Verenigde Naties wordt gebruikt om
inkomensongelijkheid aan te geven: in de Chinese Volksrepubliek is het
verschil tussen de armsten en de rijksten nu haast even groot als in
Latijns-Amerika. Arbeiders in Europa verliezen hun baan omdat arbeiders
in China of India goedkoper zijn. HOUTART: Niet alleen in Europa. Ook uit Sri Lanka, een
land dat ik toevallig goed ken omdat ik mijn doctoraalscriptie heb gemaakt
over het boeddhisme in Sri Lanka, trekken buitenlandse investeerders zich
terug, omdat de arbeidskracht in China of Vietnam bijvoorbeeld nóg goedkoper
is. Wordt op het World Social Forum over dat soort
kwesties gediscussieerd? HOUTART: Zeker. Op het internet circuleren allerlei
voorstellen, die in Nairobi besproken zullen worden. Bijvoorbeeld: wat kun
je doen om te verhinderen dat de export van goedkope Chinese auto's naar
België de sluiting van Volkswagen Vorst tot gevolg heeft? Je zou kunnen
overwegen om een hoge invoerbelasting te heffen, waardoor de
concurrentiepositie van Europese auto's gevrijwaard blijft, en die belasting
vervolgens terugstorten aan de Chinezen om in China het lot van de lokale
arbeiders te verbeteren. Ik besef dat het tamelijk utopisch klinkt, maar we
zullen in ieder geval naar oplossingen moeten blijven zoeken. Is het marxisme als wetenschappelijk instrument
vandaag nog bruikbaar voor een socioloog? HOUTART: Dat denk ik wel. Zou een kanunnik zich een marxist durven noemen?
HOUTART: Natuurlijk. Ik schaam me daar niet voor -
integendeel. Maar ik ben natuurlijk geen dogmatisch marxist. Mijn ervaring
met communisten is dat ze, overal waar ze aan de macht zijn gekomen - in de
Sovjet-Unie, maar ook in Vietnam en zelfs op Cuba - de sociologie hebben
afgeschaft. Communisten gaan ervan uit dat het marxisme op alle vragen het
antwoord heeft. En dan is er vanzelfsprekend geen sociologisch onderzoek
meer nodig. Ze hebben daar een zware prijs voor betaald, want het gevolg is
geweest dat ze totaal blind zijn gebleven voor wat er in de communistische
samenlevingen aan de hand was. Kunnen marxisme en christendom met elkaar worden
verzoend? HOUTART: Het zou een karikatuur zijn om Jezus Christus
een marxist te noemen. Dat was hij natuurlijk niet, maar hij koos wel partij
voor de armen. In dat engagement ligt de basis van zijn boodschap, van het
evangelie, van de waarden die hij in zijn eigen samenleving uitdroeg. Onze
samenlevingen zijn veel complexer geworden. Er is daarom analyse nodig en
het marxisme is, volgens mij, nog altijd het meest adequate instrument om te
begrijpen wat er in de samenleving gebeurt. Marx zei toch dat godsdienst opium is voor het volk?
HOUTART: Ja, maar hij zei ook dat godsdienst zuurstof kan
zijn voor onderdrukte volkeren. Hij zag de dubbele rol die godsdienst kan
spelen. Mijn terrein was dat van de godsdienstsociologie. In de jaren
tachtig praatte ik regelmatig met Cubaanse intellectuelen over de
bevrijdingstheologie in Latijns-Amerika en het engagement van christenen in
revolutionaire bewegingen in El Salvador, Guatemala, Nicaragua. Ze
overtuigden er het centraal comité van de Cubaanse communistische partij van
om me te inviteren voor een stoomcursus voor het topkader. De conclusie was
dat een marxistische benadering niet kan vertrekken van een dogma - dat
godsdienst opium is voor het volk - maar altijd naar de werkelijkheid moet
kijken. Was uw klasje geslaagd voor het examen? HOUTART: Een jaar later schrapte een partijcongres de
paragraaf die gelovigen uitsloot van lidmaatschap. Er speelden daarbij
natuurlijk ook andere overwegingen - het was ten slotte belachelijk. Maar ik
heb ook hier in Leuven altijd de marxistische benadering gebruikt. Ze is
naar mijn mening het meest geschikt om de rol te begrijpen die godsdiensten
in de samenleving spelen. Wanneer hebt u Fidel Castro voor het laatst ontmoet?
HOUTART: Vorig jaar, voor hij ziek werd. Kan het communisme in Cuba na Fidel overleven? HOUTART: Niemand had zich voorgesteld dat het 'post-Fideltijdperk'
al bij zijn leven zou beginnen. Ik was er nog in december. Zijn broer Raúl
heeft veel krediet opgebouwd omdat hij zich discreet opstelt. Discreet en
efficiënt. De vraag is nu of het land de noodzakelijke beslissingen kan
nemen om van een socialisme van de 20e eeuw over te stappen naar een
socialisme van de 21e eeuw en het systeem kan aanpassen zonder de grote
verworvenheden op het vlak van gezondheidszorg, onderwijs en cultuur te
verliezen. Dat wil dus zeggen: zonder de weg op te gaan van China en
Vietnam. Helpt de opmars van links in Latijns-Amerika de
Cubanen om die stap te zetten? HOUTART: Zeker. Maar omgekeerd zou die ontwikkeling
zonder Cuba ook niet mogelijk zijn geweest. De grote onbekende is hoe de
Verenigde Staten zullen reageren. Raúl stelde de Amerikanen een dialoog
voor, maar Bush weigert met hem te praten. Overigens: als het Amerikaanse
embargo van de ene op de andere dag zou worden opgeheven, is dat gevaarlijk
voor de Cubaanse samenleving. De schok van een plotselinge overvloed aan
consumptiegoederen kan te groot zijn. U zat onlangs in Mexico nog een volkstribunaal voor
over de Amerikaanse Cuba-politiek. De traditie van Lelio Basso en Bertrand
Russell ligt u na aan het hart. Maar heeft zo'n namaakrechtbank eigenlijk
wel impact? HOUTART: Het hangt ervan af wat de massamedia ermee doen.
Het zijn natuurlijk opinierechtbanken zonder enige juridische grondslag. Ze
halen hun macht uit hun overtuigingskracht, en daarom moeten ze serieus
werken en moeten de media meewillen. En die laten het afweten? © Patrick De Spiegelaere HOUTART: Soms wel, soms niet. In Bogota werd recent een
tribunaal gehouden over de straffeloosheid van paramilitaire organisaties.
De zitting werd gehouden in het Colombiaanse parlement. Ik zat als
voorzitter van het tribunaal twee dagen in de stoel van de
parlementsvoorzitter. Naast een groot portret van Simon Bolivar. We hoorden
de meest vreselijke getuigenissen uit twee wijken in de stad waar de
voorbije drie, vier jaar zeshonderd jongeren zijn vermoord. De nationale televisiezender heeft de voorlezing van het
verdict rechtstreeks uitgezonden in het hele land. Niet alleen de
paramilitairen werden veroordeeld, maar ook de politie en het leger en
iedereen die medeplichtig is - de regering inbegrepen. De mensen uit de
buurt konden hun ogen en oren niet geloven: dat ze zelf mochten spreken in
het hart van de macht. Dat geeft toch stof tot nadenken. U zat in Brussel ook in een Irak-tribunaal. Is daar
volgens u een burgeroorlog aan de gang, of toch een godsdienstoorlog? En is
terrorisme te rechtvaardigen? HOUTART: Godsdienstoorlogen zijn zelden oorlogen waarin
het alleen over godsdienst gaat. Het religieuze element speelt een rol, maar
het is altijd complexer. Het zijn vaak hoofdzakelijk politieke oorlogen,
zoals met de katholieken en de protestanten in Noord-Ierland. Er is dus een
meer globale analyse nodig om te kijken wat er echt aan de basis van ligt.
En wat het terrorisme betreft: anderhalf, twee jaar geleden organiseerde
Fidel Castro in Havana een conferentie over terrorisme, waarop ik
uitgenodigd was. Hij was tijdens een gesprek bijzonder duidelijk. 'Geen
enkele vorm van terrorisme is geoorloofd', zei Fidel. 'Of het nu om
Palestijnen gaat, Irakezen of Tsjetsjenen.' Kortom: 'Gij zult niet doden'? HOUTART: Niet alleen dat. Er moet ook een nuance worden
aangebracht, want er is toch een verschil tussen het terrorisme van de staat
en dat van volkeren in nood. Ik herinner me dat kardinaal Oscar Romero van
El Salvador het gebruik van geweld veroordeelde, maar toch een verschil zag
tussen het geweld van de rijken en dat van de armen. Is het niet een beetje te simpel om het terrorisme van
het ene kamp als excuus te gebruiken voor het terrorisme van het andere?
HOUTART: Precies daarom moet er ook een serieuze analyse
worden gemaakt. Een groot deel van het terrorisme in het Midden-Oosten is
een gevolg van de politiek van het Westen. Wij zijn begonnen met de Taliban
en Osama Bin Laden te helpen, toen ze in Afghanistan tegen de Sovjet-Unie
vochten. Dat krijgen we nu terug. Probeert u zich ook eens in de plaats te
stellen van de mensen in Irak die met zo'n oorlog worden geconfronteerd.... Bedoelt u dat terrorisme ook een vorm van wettige
zelfverdediging kan zijn? HOUTART: Wettig nee, zelfverdediging ja. Maar ik keur
terrorisme niet goed. Al was het maar omdat het meestal het beste cadeau is
dat je de tegenstander kunt doen. 'Elf september' was voor George W. Bush
toch een geschenk op een zilveren schotel? Om zijn macht te kunnen vestigen
en zijn beleid uit te voeren? Ik herinner me een jongen in Sri Lanka. Een
Singalees, die opkwam voor de zaak van de Tamils. Hij kwam om bij een
aanslag van Tamils op een trein. Dat is het resultaat van terrorisme. Het is
politiek contraproductief. Staat het internationale terrorisme ook op de agenda
in Nairobi? HOUTART: Zolang er mensen rondlopen op aarde, zal er
terrorisme zijn. We moeten niet dromen. Maar er zal in Nairobi zeker over
worden gepraat. Hoe krijgt u in Nairobi vierduizend organisaties op
één lijn? HOUTART: Er blijven natuurlijk altijd verschillende
tendensen. Er zijn diegenen die geloven dat het kapitalisme kan worden
veranderd en er zijn diegenen die, zoals ik, denken dat het hele systeem
niet deugt. Als het forum ooit uit elkaar spat, verliezen we elke kans om
een ander Davos te maken. Dus moeten we blijven samenwerken. Tegen de
multinationals, de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds. Daar zit
veel macht bij elkaar. En ik ken die mensen ook. Dat zijn geen monsters.
Maar ze leven in een andere wereld. Ik zeg hen vaak: 'Jullie zijn
analfabeten, jullie kijken alleen met een economische bril.' Daarom zijn ze
ook niet in staat om de werkelijkheid te zien zoals ze echt is. In plaats van 'Ni Marx, ni Jésus' zegt u: Marx én
Jezus? HOUTART: (lacht) Ik had daarover ooit een lang
gesprek met Michel Camdessus, die toen directeur-generaal van het IMF was.
Een praktiserende katholiek. 'Hoe komt het', vroeg ik hem, 'dat uw beleid u
zo logisch lijkt, terwijl het in Afrika en Zuid-Amerika alleen rampen
aanricht? Komt dat misschien omdat u de markt als een van God gegeven,
natuurlijk gegeven ziet?' Hij werd boos. In de markt van Camdessus spelen
sociale factoren geen rol en wegen vraag en aanbod even zwaar. Maar in de
praktijk is dat natuurlijk nooit het geval. Als de kapitalistische logica
wil spelen, móét er zelfs ongelijkheid zijn. Wie dat ontkent, vervalst het
spel. U hebt nu vijftig, zestig jaar sociale strijd achter
de rug. Is de kloof tussen arm en rijk in die tijd niet alleen maar groter
geworden? HOUTART: In algemene termen wel. Maar in Venezuela,
bijvoorbeeld, heeft Hugo Chavez het analfabetisme in korte tijd uit de
wereld geholpen. Dat is dus mogelijk. De ommekeer in Latijns-Amerika is
opmerkelijk. Ik maak mij nu vooral zorgen om de ecologische problemen. Ik
was in november in Amazonië voor een conferentie over recht en
biodiversiteit. We worden ons te langzaam bewust van wat daar gebeurt. De
vernietiging van het woud gaat in een schrikwekkend tempo voort. We kunnen de arme boeren daar toch moeilijk de
rekening voor presenteren? HOUTART: Het zijn de multinationals die het woud kappen.
De verandering van het klimaat zorgt ook voor meer schade dan het kappen
zelf. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar er zijn onderzoekers die menen
dat er in de jaren tachtig van deze eeuw in het hele Amazonegebied geen
leven meer zal zijn. Alleen nog woestijn. En toch blijft u optimistisch? HOUTART: Cijfers over armoede in de wereld zijn geen
abstracte gegevens. Achter die cijfers gaan mensen schuil. Terwijl de
mensheid nu toch over zeven keer meer middelen beschikt dan vijftig jaar
geleden, blijft het aantal armen toenemen. Een recent rapport zegt dat als
de huidige politiek wordt aangehouden er in het jaar 2020 nog altijd 750
miljoen mensen zullen zijn die met minder dan twee dollar per dag zullen
moeten leven. Kunt u dat aanvaarden? En of de moed mij soms niet in de
schoenen zinkt? La lutte continue, quoi. Piet Piryns en Hubert Van Humbeeck
by André Fraticelli et Yasmine Boudjema Sunday, Apr. 18, 2004 at 9:17 PM
Ors, il l se fait que même si ce groupe est relativement minoritaire aux Etats-Unis, il est arrivé au
pouvoir avecle président Bush ! Le Pnac est vraiment , ce que lon pourrait appeler lorientation fondamentale
de la politique du gouvernement Bush. Aussi, nous avons voulu montrer quelle en était la fonction , cette
pensée que lon appelle aux Etats unis, « le think-thank », un groupe de pensée qui essaye dinfluencer
lorientation politique et qui est à la base de toute une logique dont lIrak nest quun aboutissement.
Il y a t-il des alternatives ? Ce qui est très frappant de constater, notamment lors des grands forums
sociaux, cest que ce ne sont pas les alternatives qui manquent. Les alternatives existent dans tous les
domaines ; écologiques, économiques, politiques, culturels, il y a des alternatives à tous les niveaux.
Depuis le niveau de lutopie, cest à dire, quelle type de société nous voulons, quelle type déducation, de
santé, de communication, dagriculture, dentreprises, il y a des idées là dessus !
Donc, ne disons et nacceptons pas quon nous dise quil ny a pas dalternatives.
'De armoede was vroeger beter
verdeeld'
![]()